Solvay meet zijn financiële prestaties aan de hand van alternatieve prestatie-indicatoren, die hieronder te vinden zijn. Solvay is van mening dat deze metingen nuttig zijn voor het analyseren en verklaren van veranderingen en trends in de historische bedrijfsresultaten, omdat hierdoor de prestaties op consistente basis kunnen worden vergeleken.

  • Belastingvoet = Belasting op winst / (Winst voor belastingen – Resultaat uit joint ventures & geassocieerde deelnemingen – Interesten & geboekte wisselkoersresultaten op de RusVinyl joint venture). De aanpassing in de noemer betreffende geassocieerde deelnemingen en joint ventures is gemaakt omdat deze bijdragen reeds na aftrek van de belasting op winst zijn;
  • Onderzoek & innovatie meet de total contante inspanning aangaande onderzoek & ontwikkeling, of het nu om uitgegevn of gekapitaliseerde kosten gaat. Het bestaat uit kapitaalinvesteringen en uitgaven aangaande onderzoek en ontwikkeling opgenomen in het resultaat en in het overzicht van de financiële positie, vóór aftrek van subsidies, royalties en afschrijvingslasten.
    Onderzoek- en Innovatie-intensiteit is de ratio van onderzoek & innovatie op netto-omzet;
  • Vrije kasstroom wordt berekend als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten (exclusief kasstromen verbonden aan verwervingen of vervreemdingen van dochterondernemingen) plus kasstromen uit investeringsactiviteiten (exclusief kasstromen uit kosten die voortkomen uit of verband houden met verwervingen en vervreemdingen van dochterondernemingen en andere investeringen, en exclusief leningen aan geassocieerde deelnemingen en andere niet-geconsolideerde deelnemingen, evenals gerelateerde belastingelementen en erkenning van verrekende vorderingen);
  • Vrije kasstroom aan Solvay aandeelhouders wordt berekend als de vrije kasstroom na betaling van netto interesten, coupons op eeuwigdurende hybride obligaties en dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen. Dit vertegenwoordigt de kasstroom waarover de aandeelhouders van Solvay beschikken, om hun dividend te betalen en/of om de netto financiële schuld te verminderen;
  • Kapitaalinvesteringen (capex) zijn contanten betaald voor de verwerving van materiële en immateriële activa;
  • Kasstroomomzetting is een ratio die wordt gebruikt om de omzetting van EBITDA in cash te meten. Deze ratio wordt gedefinieerd als (onderliggende EBITDA + Capex van voortgezette activiteiten) / onderliggende EBITDA;
  • Netto werkkapitaal bevat voorraden, handelsvorderingen en andere kortlopende vorderingen, verminderd met handelsschulden en andere kortlopende verplichtingen;
  • (IFRS) netto schuld = Langlopende financiële schulden + Kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten – Overige vorderingen op financiële instrumenten. Onderliggende nettoschuld vertegenwoordigt de Solvay-aandelenweergave op schulden, waarbij 100% van de hybride eeuwigdurende obligaties opnieuw worden geklasseerd als schuld, maar geclasseerd als eigen vermogen onder IFRS. De hefboomgraad = Nettoschuld / Onderliggende EBITDA van de afgelopen 12 maanden. Onderliggende hefboomgraad = Onderliggende nettoschuld / Onderliggende EBITDA van de laatste 12 maanden;
  • Cash Flow Return On Investment (CFROI) meet het cash rendement van de bedrijfsactiviteiten van Solvay. Mutaties in CFROI-niveaus zijn relevante indicatoren die aangeven of economische waarde wordt toegevoegd, hoewel wordt aanvaard dat deze meting niet kan worden gebenchmarked of vergeleken met sectorgenoten. De definitie maakt gebruik van een redelijke schatting (managementschatting) van de vervangingswaarde van activa en vermijdt boekhoudkundige verstoringen, bijvoorbeeld voor bijzondere waardeverminderingen. CFROI wordt berekend als de verhouding tussen recurrente kasstroom en geïnvesteerd vermogen, waarbij:
  • Recurrente kasstroom = onderliggende EBITDA + dividenden van geassocieerde deelnemingen en joint ventures - resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures + recurrente capex + recurrente inkomstenbelastingen;
  • Geïnvesteerd kapitaal = vervangingswaarde van goodwill en vaste activa + Netto werkkapitaal + Boekwaarde van geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
  • Recurrente kapitaalinvesteringen worden genormaliseerd op 2% van de vervangingswaarde van vaste activa na aftrek van goodwillwaarden;
  • Recurrente winstbelasting is genormaliseerd op 30% van (Onderliggende EBIT - resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures).