Deze informatie werd opgesteld overeenkomstig de Europese Verordening (EG) 1606/2002 inzake internationale boekhoudkundige normen (IFRS) van 19 juli 2002. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het op 31 december 2018 afgesloten boekjaar werd opgesteld in overeenstemming met de IFRS (International Financial Reporting Standards) die door de International Accounting Standards Board (IASB) gepubliceerd worden, en die goedgekeurd werden door de Europese Unie.

De boekhoudkundige normen die in de geconsolideerde jaarrekening toegepast worden voor het op 31 december 2018 afgesloten boekjaar zijn dezelfde als de normen die gebruikt werden voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van het op 31 december 2017 afgesloten boekjaar, met uitzondering van de toepassing van nieuwe standaarden vanaf 1 januari 2018, die hieronder nader worden uitgelegd. De Groep paste geen andere standaard, interpretatie of aanpassing, uitgegeven maar nog niet van toepassing, vervroegd toe.

Normen, interpretaties en aanpassingen die in 2018 voor het eerst van toepassing zijn

Vanaf 1 januari 2018 past de Groep voor de eerste maal IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 15 opbrengsten van contracten met klanten.

IFRS 9 Financiële instrumenten

Vanaf 1 januari 2018 past de Groep niet langer IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering toe. IFRS 9 is van toepassing voor jaren die beginnen op of na 1 januari 2018 en brengt de drie aspecten van de verwerking van financiële instrumenten samen: classificatie en waardering, bijzondere waardevermindering en hedge accounting (administratieve verwerking van afdekkingstransacties). Met uitzondering van hedge accounting is retrospectieve toepassing vereist, maar het leveren van vergelijkbare informatie is niet verplicht. Voor hedge accounting worden de vereisten in het algemeen op prospectieve basis toegepast, met een beperkt aantal uitzonderingen.

De Groep past IFRS 9 met ingang van 1 januari 2018 toe. De vergelijkende informatie is niet gecorrigeerd.

Over het algemeen is er geen grote invloed op het overzicht van de financiële positie en het eigen vermogen van de Groep. De Groep constateert een stijging van de voorziening voor kredietverlies, wat een negatieve invloed heeft op het eigen vermogen, zoals hieronder wordt besproken. Verder heeft de Groep veranderingen doorgevoerd in de classificatie van bepaalde financiële instrumenten.

Bijzondere waardevermindering

Conform IFRS 9 is de Groep verplicht verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen op te nemen: de Groep hanteert een vereenvoudigde aanpak en neemt de verwachte verliezen tijdens de looptijd op van alle handelsvorderingen, gebruikmakend van de voorzieningenmatrix om de verwachte kredietverliezen tijdens de looptijd op handelsvorderingen zoals vereist door IFRS 9 te berekenen aan de hand van historische informatie over wanbetalingen, aangepast voor toekomstgerichte informatie. De invloed van schuldbewijzen, leningen, financiële garanties en kredietafspraken met derden alsmede geldmiddelen en kasequivalenten is van immaterieel belang. De invloed op de handelsvorderingen is als volgt, terwijl de invloed op het eigen vermogen van de Groep (na aftrek van uitgestelde belastingen van € 1 miljoen) € -5 miljoen bedraagt:

 

Voorzieningen op handels­vorderingen

Boekwaarde op 31 december 2017 – IAS 39

–49

Herwaarderingen – Van geleden verlies tot verwacht verlies model

–6

Boekwaarde op 1 januari 2018 – IFRS 9

–55

Classificatie en waardering

De toepassing van de classificatie- en waarderingsvereisten conform IFRS 9 heeft geen significante invloed op het geconsolideerde overzicht van de financiële positie of het eigen vermogen van de Groep. Alle financiële activa die voorheen tegen reële waarde werden verwerkt, worden ook in de toekomst tegen reële waarde opgenomen. Deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen, voorheen gepresenteerd als financiële activa beschikbaar voor verkoop, zijn bedoeld om in de toekomst aangehouden te worden. De Groep zal gebruikmaken van de mogelijkheid om veranderingen in de reële waarde op te nemen onder de Andere elementen van het totaalresultaat. De toepassing van IFRS 9 heeft daarom geen significante invloed. De veranderingen in de reële waarde opgenomen onder Andere elementen van het totaalresultaat zullen niet langer geherclassificeerd worden naar winst of verlies. Dit wijkt af van de vorige verwerking. Leningen alsmede handelsvorderingen worden aangehouden om contractuele kasstromen te innen. Dit zal een kasstroom opleveren die alleen bestaat uit betalingen van de hoofdsom en interesten. De Groep zal derhalve onder IFRS 9 deze financiële activa blijven waarderen tegen geamortiseerde kostprijs. De invloed van de toepassing van de vereisten van classificatie en waardering conform IFRS 9 is als volgt:

Financiële activa

 

IAS 39
31 december 2017

Herwaar deringen

IFRS 9
1 januari 2018

Op datum van overgang

 

Boekwaarde

Herclassi­ficaties

Herwaarde­ringen

Boekwaarde

Impact op de ingehouden winsten(1)

(1)

Na aftrek van uitgestelde belastingvorderingen

Leningen en vorderingen (inclusief geldmiddelen en kasequivalenten, handelsvorderingen, leningen en andere kortlopende/langlopende activa, behalve de overschotten van het pensioenfonds)

2.870

–2.870

 

 

 

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

2.870

–6

2.864

–5

Financiële activa beschikbaar voor verkoop

44

–44

 

 

 

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat

 

44

 

44

 

Wat financiële verplichtingen betreft, heeft de Groep geen herclassificaties of herwaarderingen doorgevoerd.

Afdekking (hedge accounting)

Conform de overgangsbepalingen voor hedge accounting onder IFRS 9, past de Groep de vereisten voor hedge accounting onder IFRS 9 op prospectieve basis toe vanaf 1 januari 2018, de datum van eerste toepassing. De conform IAS 39 in aanmerking komende afdekkingsrelaties op 1 januari 2018 komen ook in aanmerking voor hedge accounting conform IFRS 9 en worden daarom beschouwd als voortdurende afdekkingsrelaties. Voor geen van de afdekkingsrelaties was op 1 januari 2018 een herbalancering nodig.

Zie ook toelichting F35 Financiële instrumenten en beheer van financiële risico‘s.

IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten

IFRS 15 vervangt IAS 11 Onderhanden projecten in opdracht van derden, IAS 18 Opbrengsten en gerelateerde Interpretaties en is van toepassing op alle opbrengsten die voortvloeien uit contracten met klanten, tenzij deze contracten binnen het toepassingsgebied van een andere Standaard vallen. De nieuwe standaard omvat een vijfstappenmodel voor de opname van opbrengsten die voortvloeien uit contracten met klanten. Conform IFRS 15 worden opbrengsten opgenomen voor het bedrag van de vergoeding waarop de Groep verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant.

Sinds 1 januari 2018 past de Groep IFRS 15 toe, op basis van een aangepaste retrospectieve methode.

Verkoop van goederen

Aangezien de Groep zich bezighoudt met de verkoop van chemicaliën, hebben overeenkomsten met klanten meestal betrekking op de verkoop van goederen. Als gevolg daarvan vindt de opname van opbrengsten meestal plaats op het moment dat de controle over de chemicaliën wordt overgedragen aan de klant. Dit is meestal op het moment van levering.

Onderscheiden elementen

De opbrengsten van de Groep zijn voornamelijk afkomstig uit de verkoop van chemicaliën, die gekwalificeerd worden als onderscheiden prestatieverplichtingen. Dienstverlening met toegevoegde waarde, voornamelijk klantenservice, die overeenstemt met de knowhow van Solvay, vindt merendeels plaats gedurende de periode waarin de betreffende goederen aan de klant worden verkocht. Op de overgangsdatum had de Groep slechts een geringe aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk.

Variabele vergoeding

In sommige contracten met klanten worden handels- of volumekortingen verstrekt. Conform IAS 18 verwerkte de Groep de opbrengsten uit de verkoop van goederen tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van terugnames en toezeggingen alsmede handels- en volumekortingen. Handels- en volumekortingen zorgen voor een variabele vergoeding conform IFRS 15 en de omvang daarvan dient bij het aangaan van het contract te worden geschat. Conform IFRS 15 moet de geschatte variabele vergoeding beperkt blijven om een opname van een teveel aan opbrengsten te voorkomen. De Groep beoordeelde individuele contracten om de geschatte variabele vergoeding en de daarmee verband houdende beperkingen vast te stellen. Op de overgangsdatum had de Groep slechts een geringe aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk aangaande de ingehouden winsten.

Moment van opname van opbrengsten

De Groep verkoopt chemicaliën aan haar klanten (a) rechtstreeks, (b) via distributeurs en (c) met behulp van agenten. De Groep heeft onderzocht of het moment waarop de controle over de goederen is overgedragen, zoals beschreven in IFRS 15, afwijkt van het moment waarop de opbrengst wordt opgenomen. Op de overgangsdatum had de Groep slechts een geringe aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk.

Vereisten inzake presentatie en informatieverschaffing

IFRS 15 stelt inzake de presentatie en informatieverschaffing meer gedetailleerdere eisen dan bij de huidige IFRS’en het geval is. De presentatievereisten betekenen een verandering van de vorige praktijk en verhogen het volume aan toelichtingen vereist in de financiële verslaggeving van de Groep. De Groep heeft deze eisen op het gebied van informatieverschaffing onderzocht, inclusief de behoefte aan beleidsrichtlijnen, procedures en interne controles die nodig zijn om de vereiste informatie te verzamelen en te presenteren.

Zie ook toelichting F1 Omzet en informatie per segment voor meer informatie.

Normen, interpretaties en aanpassingen die in 2019 voor het eerst van toepassing zijn

IFRS 16 Leaseovereenkomsten

IFRS 16 zet de uitgangspunten uiteen voor de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing van leaseovereenkomsten. Leasenemers zijn verplicht alle leaseovereenkomsten in één balansmodel op te nemen, vergelijkbaar met de verwerking van financiële leaseovereenkomsten onder IAS 17. Op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst zullen leasenemers een leaseverplichting erkennen (dit is de verplichting om het leasebedrag te betalen) alsmede een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief (dit is een actief dat het gebruiksrecht vertegenwoordigt van het onderliggende actief gedurende de leaseperiode). Het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief wordt afgeschreven gedurende de looptijd van de leaseovereenkomst, tenzij de eigendom van het onderliggende actief aan het eind van de leasetermijn wordt overgedragen aan Solvay. In het laatste geval vindt een afschrijving plaats over de gebruiksduur van het onderliggende actief. Rentekosten worden opgenomen op de leaseverplichting. De leaseverplichting wordt geherwaardeerd wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen (bijvoorbeeld een verandering in de leaseperiode, een verandering in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een verandering in de index). Dergelijke herwaarderingen van de leaseverplichting worden meestal geboekt als een aanpassing aan het actief betreffende het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief. De administratieve verwerking van lessors is onder IFRS 16 vrijwel gelijk aan IAS 17. Ten slotte zijn de eisen op het gebied van informatieverschaffing onder IFRS 16 uitgebreider vergeleken met IAS 17.

In 2018 heeft de Groep ter voorbereiding op de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten haar implementatie-inspanningen voortgezet en de operationele leaseovereenkomsten uitgebreid bekeken. Het ging hierbij vooral om de niet-opzegbare periode van de leaseovereenkomsten, in het bijzonder voor gebouwen. Er zijn procedures, IT-hulpmiddelen en interne controles ontwikkeld om naleving van IFRS 16 te waarborgen.

De Groep past IFRS 16 toe met een aangepaste retrospectieve methode waarbij diensten uit de leaseverplichtingen worden uitgesloten. Op 1 januari 2019 worden met een gebruiksrecht overeenstemmende activa gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan de leaseverplichting, aangepast voor het bedrag van alle vooruitbetaalde of te ontvangen leasebetalingen die met de leaseovereenkomst verband houden en die zijn opgenomen in het Overzicht van de financiële positie onmiddellijk voor 1 januari 2019.

De Groep past de praktische oplossing toe, beschikbaar bij de overgang naar IFRS 16, aangaande verlieslatende contracten. De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa op 1 januari 2019 worden aangepast met het bedrag van de voorzieningen voor verlieslatende contracten, opgenomen in het Overzicht van de financiële positie onmiddellijk voor 1 januari 2019. Dit heeft een positieve invloed van € 8 miljoen gehad op de ingehouden winsten op 1 januari 2019.

Ook is de praktische oplossing toegepast om niet opnieuw te beoordelen of een contract een leaseovereenkomst is of bevat. Bijgevolg blijft de definitie van een leaseovereenkomst conform IAS 17 en IFRIC 4 van toepassing op die leaseovereenkomsten die voor 1 januari 2019 zijn afgesloten of aangepast. De nieuwe definitie conform IFRS 16 verandert het toepassingsgebied van contracten die voldoen aan de definitie van een leaseovereenkomst voor de Groep niet aanzienlijk.

Vanaf 1 januari 2019 worden de leaseverplichtingen die opgenomen moeten worden conform IFRS 16 geschat op € 433 miljoen (exclusief degene die onderdeel zijn van de verplichtingen die verband houden met vaste activa aangehouden voor verkoop, in dit geval Polyamides). Geleasede activa hebben met name betrekking op gebouwen, transportmiddelen en industriële apparatuur. De verwachte terugbetaling van operationele leaseverplichtingen in 2019, die niet langer opgenomen worden als kosten voor operationele lease zoals het geval was onder IAS 17, maar als terugbetaling van leaseverplichtingen, bedraagt € 95 miljoen. Afschrijvings- en financieringskosten stijgen in 2019 naar verwachting met respectievelijk € 94 miljoen en € 16 miljoen. Ga voor meer informatie over bestaande operationele leaseovereenkomsten naar toelichting F23 Leaseovereenkomsten.

Er wordt geen grote invloed verwacht daar waar de Groep momenteel als lessee optreedt bij een financiële lease of waar de Groep momenteel een lessor is.

IFRIC 23 Onzekeheid over de fiscale behandeling van inkomsten

De interpretatie heeft betrekking op de verwerking van inkomstenbelasting wanneer behandeling van onzekere belastingposities binnen het toepassingsbied van IAS 12 Winstbelastingen is en is niet van toepassing op belastingen of heffingen buiten de scope van IAS 12 en bevat ook geen specifieke vereisten op het gebied van rente of boetes bij de verwerking van onzekere belastingposities. De interpretatie heeft specifiek betrekking op het volgende:

  • Of een entiteit verwerking van onzekere belastingposities apart in ogenschouw neemt;
  • De veronderstellingen die een entiteit doet over het onderzoek naar fiscale verwerking door belastingdiensten;
  • Hoe een entiteit de belastbare winst (fiscale verliezen), de belastingbasis, ongebruikte fiscale verliezen, ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en belastingtarieven bepaalt; en
  • Hoe een entiteit veranderingen in feiten en omstandigheden in overweging neemt.

Een entiteit moet bepalen of het de verwerking van onzekere belastingposities apart in overweging neemt of samen met één of meer andere onzekere belastingposities. De aanpak die het beste uitsluitsel geeft over de onzekerheid moet worden gevolgd. De interpretatie wordt effectief voor de verslagperiode die begint op of na 1 januari 2019, maar er kan gebruikgemaakt worden van overgangsbepalingen. De Groep past de interpretatie vanaf de ingangsdatum toe, maar verwacht niet meer dan een immateriële invloed op de geconsolideerde jaarrekening, inclusief presentatie.

Andere normen, interpretaties of aanpassingen die van toepassing worden in 2019 zullen naar verwachting geen materiële invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Normen, interpretaties en aanpassingen die na 2019 voor het eerst van toepassing zijn

Andere normen, interpretaties of aanpassingen die voor het eerst van toepassing worden na 2019 hebben naar verwachting niet meer dan een geringe invloed op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.