In € miljoen

 

Personeels­beloningen

 

Herstruc­turering

 

Leefmilieu

 

Geschillen

 

Andere

 

Totaal

Op 31 december 2017

 

2.816

 

62

 

702

 

129

 

180

 

3.890

Toevoegingen

 

77

 

198

 

60

 

21

 

35

 

390

Terugnames van niet gebruikte bedragen

 

–26

 

–10

 

–14

 

–12

 

–14

 

–76

Gebruik

 

–218

 

–64

 

–76

 

–16

 

–21

 

–395

Disconteringseffect

 

54

 

 

 

22

 

1

 

 

 

78

Herwaarderingen

 

–33

 

 

 

 

 

 

 

 

 

–33

Wisselkoersverschillen

 

7

 

 

 

–3

 

–3

 

2

 

3

Vervreemdingen

 

–1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

–2

Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

–2

 

–1

Andere

 

–6

 

–1

 

 

 

1

 

–12

 

–18

Op 31 december 2018

 

2.671

 

185

 

691

 

121

 

168

 

3.836

Waarvan kortlopende voorzieningen

 

 

 

95

 

97

 

8

 

81

 

281

Het gebruik (uitbetaling) van € 395 miljoen had voor € 390 miljoen betrekking op voortgezette bedrijfsactiviteiten, waarvan € 213 miljoen voor personeelsbeloningen, € 64 miljoen voor herstructureringsplannen, en € 76 miljoen voor milieuaspecten. De rubriek ‘Disconteringseffect’ had voor € 74 miljoen betrekking op een stijging van de voorzienigen an een constante disconteringsvoet en voor € 4 miljoen op wijziging van de disconteringsvoet.

De schuldafbouw komt overeen met het nettoverschil tussen:

  1. uitbetaling (gebruik van € -395 miljoen) aan de ene kant; en
  2. de som van de netto toename van nieuwe verplichtingen (€ 315 miljoen, zijnde toevoegingen minus terugnames van niet gebruikte bedragen) en de stijging als gevolg van discontering (€ 74 miljoen) tegen gelijkblijvende disconteringsvoet aan de andere kant.

De afbouw van de voorzieningen van Solvay bedroeg € 6 miljoen. Dit bedrag is lager dan voorgaande jaren onder invloed van het transformatieprogramma van de Groep dat in 2018 is gestart, waarvoor een voorziening van € 177 miljoen is opgenomen.

De afbouw van de verplichtingen inzake personeelsbeloningen bedraagt € 113 miljoen, een ontwikkeling die vooral is toe te schrijven aan het feit dat de meeste plannen gesloten zijn voor nieuwe deelnemers.

Het management verwacht dat de voorzieningen (behalve de personeelsbeloningen) als volgt zullen worden gebruikt (uitstroom van geldmiddelen):

In € miljoen

 

Tot 5 jaar

 

Tussen 5 en 10 jaar

 

Na 10 jaar

 

Totaal

Voorzieningen voor leefmilieu

 

317

 

117

 

258

 

691

Voorzieningen voor geschillen

 

112

 

9

 

 

 

121

Voorzieningen voor herstructurering en overige voorzieningen

 

312

 

26

 

15

 

353

Op 31 december 2018

 

741

 

151

 

272

 

1.165

F34.A. Voorzieningen voor personeelsbeloningen

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Aan de werknemers van de Groep worden verschillende personeelsbeloningen na uitdiensttreding, andere beloningen op lange termijn en opzegvergoedingen aangeboden als gevolg van de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn in bepaalde landen en de contractuele akkoorden afgesloten tussen de Groep en haar werknemers of uit hoofde van feitelijke verplichtingen.

De beloningen na uitdiensttreding worden gerangschikt als toegezegde-bijdragenregelingen of toegezegd-pensioenregelingen.

Toegezegde-bijdragenregelingen

Toegezegde-bijdragenregelingen betreffen de betaling van vaste bijdragen aan een afzonderlijke entiteit, waardoor de werkgever vrijgesteld wordt van alle toekomstige verplichtingen, aangezien deze afzonderlijke entiteit als enige verantwoordelijk is voor de verschuldigde bedragen aan de werknemer. De kost wordt opgenomen wanneer een personeelslid tijdens de periode diensten heeft geleverd aan de Groep.

Toegezegd-pensioenregelingen

Toegezegd-pensioenregelingen zijn alle andere regelingen dan toegezegde-bijdragenregelingen, en bevatten onder meer:

  • personeelsbeloning na uitdiensttreding: pensioenplannen, andere verplichtingen na uitdiensttreding en aanvullende beloningen zoals ziektekostenregelingen na uitdiensttreding;
  • andere personeelsbeloningen op lange termijn: beloningen voor lange diensttijd, toegekend aan werknemers op basis van hun anciënniteit in de Groep;
  • opzegvergoeding zoals regelingen voor vervroegd pensioen.

Rekening houdend met de geprojecteerde eindsalarissen op individuele basis worden de personeelsbeloningen na uitdiensttreding gewaardeerd aan de hand van een methode (“projected unit credit”-methode) die uitgaat van veronderstellingen in verband met de disconteringsvoet, de levensverwachting, het personeelsverloop, salarissen, jaarlijkse herwaarderingen en de prijsstijging van medische kosten. De veronderstellingen die specifiek zijn voor elke regeling, houden rekening met de lokale economische en demografische situaties.

De disconteringsvoet is de rente op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit die luiden in de valuta waarin de beloningen zullen worden uitbetaald en die een looptijd hebben die de termijn van de pensioenverplichting in kwestie benadert.

Het opgenomen bedrag voor verplichtingen uit hoofde van beloningen na uitdiensttreding stemt overeen met het verschil tussen de contante waarde van de toekomstige verplichtingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen die het plan moeten financieren, indien aanwezig. Als deze berekening een tekort oplevert, wordt er een verplichting opgenomen aan passiefzijde. Omgekeerd wordt er een nettoactief opgenomen, dat echter beperkt is tot de laagste waarde van het surplus van de toegezegd-pensioenregeling of de contante waarde van alle toekomstige terugbetalingen van het stelsel en alle verlagingen van toekomstige bijdragen.

De kosten uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen bestaan uit de pensioenkosten en de nettorentelasten (op basis van de disconteringsvoet) op het netto-actief of -passief, die beide opgenomen worden in winst of verlies, en de herwaarderingen van dit nettoactief of -passief, die worden opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat.

De pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd die resulteren uit een wijziging of inperking van de regeling en de eventuele winst of verlies bij afwikkeling.

De rentekosten uit het verloop van de discontering van de pensioenbeloningen, de financiële inkomsten uit de fondsbeleggingen (bepaald door de reële waarde van de fondsbeleggingen te vermenigvuldigen met de disconteringsvoet) en de rente op de gevolgen van het actiefplafond worden op nettobasis opgenomen in de nettofinancieringskosten (discontokosten van voorzieningen).

Herwaarderingen van nettoactiva of -passiva omvatten:

  • actuariële winsten en verliezen op verplichtingen uit hoofde van pensioenverplichtingen als gevolg van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen (inclusief het effect van een wijziging van de disconteringsvoet);
  • het rendement van de fondsbeleggingen (exclusief netto rentebedragen) en wijzigingen in de beperking van het opgenomen nettoactief.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen en opzegvergoedingen worden op dezelfde manier opgenomen als beloningen na uitdiensttreding, maar herwaarderingen worden integraal opgenomen in de nettofinancieringskosten in de periode waarin ze zich voordoen.

De actuariële berekeningen van de belangrijkste verplichtingen uit hoofde van beloningen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden door onafhankelijke actuarissen uitgevoerd.

Overzicht

In € miljoen

 

2018

 

2017

Personeelsbeloningen na uitdiensttreding

 

2.490

 

2.635

Andere langlopende personeelsbeloningen

 

132

 

132

Ontslagvergoedingen

 

50

 

49

Totaal personeelsbeloningen

 

2.671

 

2.816

Personeelsbeloning na uitdiensttreding

A. Toegezegde-bijdragenregelingen

Voor deze regelingen betaalt Solvay bijdragen aan publiek of privaat beheerde pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Voor 2018 bedroegen de kosten € 58 miljoen vergeleken met € 55 miljoen in 2017.

B. Toegezegd-pensioenregelingen

Toegezegd-pensioenregelingen worden ofwel van buitenaf gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen (“gefinancierde regeling”), ofwel gefinancierd binnen de Groep (“niet-gefinancierde regeling”).

De nettoverplichting is het netto van de voorzieningen en het overschot op de fondsbeleggingen.

In € miljoen

 

2018

 

2017

Voorzieningen

 

2.490

 

2.635

Fondsbeleggingen overschot

 

–5

 

–14

Nettoverplichtingen

 

2.485

 

2.622

Operationele kosten

 

31

 

31

Financiële kosten

 

51

 

62

In de bedrijfslasten zijn de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten opgenomen van € 47 miljoen.

B.1. Risicobeheer

De laatste jaren heeft de Groep de risicoblootstelling van toegezegd- pensioenregelingen beperkt door de bestaande pensioenplannen om te zetten in pensioenplannen met een lager risicoprofiel (hybride plannen, plannen met cashsaldo, toegezegde-bijdragenregelingen) of door deze te sluiten voor nieuwe begunstigden.

Solvay volgt de risico’s voor de Groep permanent op, in het bijzonder voor de volgende risico’s:

Volatiliteit van activa

Eigen-vermogensinstrumenten brengen volatiliteit en risico’s op korte termijn met zich mee, ondanks dat ze op lange termijn doorgaans wel een hoger rendement opleveren dan bedrijfsobligaties. Om dit risico te beperken, wordt het aandelensegment nauwlettend opgevolgd met ALM-technieken (Asset and Liability Management) om ervoor te zorgen dat het blijft overeenstemmen met de betreffende regelingen en met de langetermijndoelstellingen van de Groep.

Wijzigingen in obligatierendementen

Een verlaging van de rente op bedrijfsobligaties zal de boekwaarde van de verplichtingen van het plan verhogen. Bij gefinancierde regelingen wordt dit deels gecompenseerd door een verhoging van de waarde van de obligaties in de portefeuille.

Inflatierisico

De verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen hangen af van de inflatie en een hogere inflatie leidt tot hogere verplichtingen (hoewel er in de meeste gevallen bovengrenzen zijn aan de inflatiestijgingen om de regeling te beschermen tegen extreme inflatie). Slechts een beperkt deel van de activa wordt niet getroffen door inflatie of is er nauwelijks mee gecorreleerd, wat betekent dat door stijging van de inflatie de verplichtingen in de plannen toenemen.

Levensverwachting

De meeste verplichtingen van de beloningsregelingen zijn bedoeld om de deelnemer voor de rest van zijn leven een vergoeding te verschaffen. Een stijgende levensverwachting leidt op die manier tot een toename van de verplichtingen.

Valutarisico

Dit risico is beperkt, vermits grote pensioenregelingen in vreemde valuta’s gefinancierd zijn en de meeste activa uitgedrukt zijn in de valuta waarin de uitbetaling van de vergoedingen zal gebeuren.

Risico in verband met regelgeving

Bij gedeeltelijk of volledig ongefinancierde regelingen staat de Groep bloot aan het risico van externe financiering als gevolg van door toezichthouders opgelegde beperkingen. Dit zou geen impact mogen hebben op de verplichtingen in toegezegd-pensioenregelingen maar kan de Groep mogelijk blootstellen aan een aanzienlijke uitstroom van kasmiddelen.

Voor meer informatie over het risicobeheer van de Solvay-groep kunt u het gedeelte “Risicobeheer” van dit verslag nalezen.

B.2. Beschrijving van de verplichtingen

Deze voorzieningen zijn bedoeld voor de beloningen na uitdiensttreding. Dit gebeurt in het merendeel van de bedrijven van de Groep, ofwel in de geest van de plaatselijke regelgeving en praktijk, ofwel op basis van gevestigde gewoonten die feitelijke verplichtingen meebrengen.

De belangrijkste pensioenplannen in 2018 zijn gesitueerd in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en België. Deze vijf landen vertegenwoordigen 94% van de totale verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen.

2018
In € miljoen

 

Verplich­tingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

 

In %

 

Opgenomen fonds­beleggingen

 

Netto­verplich­tingen

 

In %

 

Ratio fonds­beleggingen op verplich­tingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

Verenigd Koninkrijk

 

1.530

 

31%

 

1.124

 

406

 

16%

 

73%

Verenigde Staten

 

1.271

 

25%

 

981

 

290

 

12%

 

77%

Frankrijk

 

1.021

 

20%

 

1

 

1.020

 

41%

 

0%

Duitsland

 

520

 

10%

 

0

 

520

 

21%

 

0%

België

 

385

 

8%

 

242

 

143

 

6%

 

63%

Andere landen

 

294

 

6%

 

188

 

106

 

4%

 

64%

Totaal

 

5.022

 

100%

 

2.536

 

2.485

 

100%

 

51%

2017
In € miljoen

 

Verplich­tingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

 

In %

 

Opgenomen fonds­beleggingen

 

Netto­verplich­tingen

 

In %

 

Ratio fonds­beleggingen op verplich­tingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

Verenigd Koninkrijk

 

1.645

 

31%

 

1.220

 

425

 

16%

 

74%

Verenigde Staten

 

1.371

 

25%

 

1.056

 

315

 

12%

 

77%

Frankrijk

 

1.085

 

20%

 

6

 

1.079

 

41%

 

1%

Duitsland

 

552

 

10%

 

0

 

552

 

21%

 

0%

België

 

393

 

8%

 

247

 

147

 

6%

 

63%

Andere landen

 

303

 

6%

 

198

 

105

 

4%

 

65%

Totaal

 

5.349

 

100%

 

2.727

 

2.622

 

100%

 

51%

Het is goed aan te geven dat niet-gefinancierde plannen - met name in Duitsland en Frankrijk - 62% van de nettoverplichting in 2018 voor hun rekening nemen. Zie de opmerkingen per land hieronder.

Verenigd Koninkrijk

Solvay financiert enkele toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk, waarvan de belangrijkste het Rhodia-pensioenfonds is. Dit is een gefinancierde pensioenregeling die gebaseerd is op het eindsalaris en die recht geeft op een percentage van het salaris per dienstjaar. Het werd afgesloten voor nieuwe deelnemers in 2003 en vervangen door een toegezegde-bijdrageregeling.

Algemeen genomen zijn ongeveer 8% van de verplichtingen toerekenbaar aan de huidige werknemers, 27% aan ex-medewerkers en 65% aan huidige gepensioneerden.

Het fonds werkt in overeenstemming met de Britse wetgeving, en valt onder een uitgebreid regelgevend kader. De Pensions Regulator (bevoegde autoriteit voor pensioenen) hanteert een risicogebaseerde benadering tot regelgeving en een werkwijze die praktische begeleiding verstrekt voor beheerders van en werkgevers met toegezegd-pensioenregelingen over de manier waarop aan de financieringsvereisten van de regeling voldaan moet worden. Volgens de Britse wetgeving is het fonds onderworpen aan regelingspecifieke financiering die vereist dat pensioenregelingen conservatief gefinancierd worden.

Het Britse Rhodia-pensioenfonds wordt bestuurd door een beheerraad. De beheerraad beheert het fonds met voorzichtigheid en billijkheid. De beheerders bepalen welke financiële verplichtingen er gelden voor de statutaire financieringsdoelstellingen op basis van voorzichtige actuariële en economische veronderstellingen. Elk tekort dat overblijft na aftrek van de fondsbeleggingen van de pensioenverplichting moet met bijkomende bijdragen worden verminderd binnen een termijn die aansluit bij het betalingsvermogen van de werkgever en de garanties uit hoofde van de overeenkomst of de voorwaardelijke zekerheden die worden geboden door de werkgever.

Het Rhodia-pensioenfonds wordt driejaarlijks gewaardeerd op het vlak van financiering. Deze waardering wordt uitgevoerd door de actuaris van de regeling overeenkomstig de Britse regelgeving, en ze wordt besproken met de beheerders en betalende werkgever om tot waarderingsveronderstellingen en een financieringsplan te komen. De laatste waardering gebeurde op 1 januari 2018 en leidde tot het vastleggen van een vaste pensioensbijdrage voor actieve leden plus een herstelplan voor tekorten om de regeling te voorzien van financiering overeenkomstig de technische bepalingen voor een bepaalde termijn. Herstelpremies zijn gestegen zodat het plan naar verwachting eind 2027 volledig gefinancierd zal zijn, conform de lokale wet- en regelgeving. Onder IFRS wordt verwacht dat het plan rond 2024 volledig gefinancierd zal zijn.

De garantie die verstrekt wordt door Solvay (£ 550 miljoen) is gebaseerd op de lokale wet- en regelgeving en overtreft de opgenomen verplichting (€ 406 miljoen) – Zie toelichting F39 Voorwaardelijke verplichtingen en financiële garanties.

Frankrijk

Solvay financiert verschillende toegezegd-pensioenregelingen in Frankrijk. De belangrijkste plannen zijn de Franse verplichte pensioenregeling alsmede twee gesloten plannen en één open pensioenplan voor hoge inkomens.

Het belangrijkste pensioenplan is voor alle huidige en gepensioneerde werknemers van het vroegere Rhodia die bijdroegen tot het plan tot aan de sluiting ervan in de jaren ‘70. Het biedt een garantie op een volledige vergoeding op basis van het salaris op het einde van de loopbaan. Dit plan is niet gefinancierd en ongeveer 98% van de verplichtingen zijn toewijsbaar aan huidige gepensioneerden.

Conform de Franse wetgeving zijn adequate garanties verleend.

Verenigde Staten

Vanaf eind 2018 financiert Solvay vijf verschillende toegezegd-pensioenregelingen in de Verenigde Staten (twee gekwalificeerde plannen en drie niet-gekwalificeerde plannen).  Een gekwalificeerd plan is een door de werkgever betaald pensioenplan dat conform sectie 401(a) van de Amerikaanse Internal Revenue Code in aanmerking komt voor een bijzondere fiscale behandeling. Op dit moment zijn alle toegezegd-pensioenregelingen gesloten voor nieuwe deelnemers; nieuwe medewerkers komen in aanmerking voor deelname aan een toegezegde-bijdragenregeling.  Opgemerkt moet worden dat de twee gekwalificeerde toegezegd-pensioenregelingen gefinancierd zijn terwijl de drie niet-gekwalificeerde toegezegd-pensioenregelingen niet-gefinancierd zijn.  De gekwalificeerde plannen maken het grootste deel uit van de pensioenverplichtingen per 31 december 2018.

De regelingen van Solvay voldoen aan de lokale wetgeving inzake gecontroleerde jaarrekeningen, neerlegging bij de overheid en Pension Benefit Guaranty Corporation-verzekeringspremies indien van toepassing.  De regelingen worden lokaal nagekeken en opgevolgd door fiduciaire comités met het oog op investeringen met betrekking tot de regeling en administratieve zaken.

Voor de gekwalificeerde Amerikaanse regelingen houden de bijdragen van Solvay rekening met de minimale (fiscaal aftrekbare) financieringsvereisten en de maximale fiscaal aftrekbare bijdragen, die beide geregeld worden door de fiscus.

Bepaalde deelnemers kunnen er ook voor kiezen om hun pensioen in één enkel bedrag uitgekeerd te krijgen in plaats van maandelijks.

Algemeen genomen zijn ongeveer 27% van de verplichtingen toerekenbaar aan de huidige werknemers, 9% aan ex-medewerkers waarvoor de uitbetaling van de vergoedingen nog niet begonnen is, en 64% aan huidige gepensioneerden.

In 2018 heeft Solvay in de Verenigde Staten bijgedragen aan twee collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers in het kader van collectieve arbeidsovereenkomsten waar sommige, door de vakbond vertegenwoordigde personeelsleden onder vallen. Elke collectieve pensioenregeling van meerdere werkgevers is een toegezegd-pensioenregeling. In geen enkele van de collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers worden activa, verplichtingen of kosten toegewezen aan werkgevers die bijdragen. Voor geen enkele collectieve pensioenregeling van meerdere werkgevers is er voldoende informatie beschikbaar om Solvay, of andere werkgevers die bijdragen, toe te laten om de regeling administratief te verwerken als een toegezegd-pensioenregeling. Bijgevolg wordt het belang in elk van de collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers administratief verwerkt alsof het een toegezegde-bijdragenregeling betreft. In 2018 en 2017 betaalde Solvay minder dan € 1 miljoen als jaarlijkse bijdrage aan collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers.

Duitsland

Solvay financiert verschillende toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland De belangrijkste regelingen zijn een gesloten eindloonregeling en een open kassaldoregeling. Zoals gewoonlijk in Duitsland zijn al deze regelingen niet-gefinancierd. Ongeveer 62% van de verplichtingen is toerekenbaar aan huidige gepensioneerden.

België

Solvay financiert twee toegezegd-pensioenregelingen in België. Het betreft gefinancierde pensioenregelingen. De regeling voor het management is sinds eind 2006 gesloten en de regeling voor arbeiders en bedienden sinds 2004. De vergoedingen voor verstreken diensttijd die uitbetaald worden onder deze regelingen worden elk jaar aangepast aan de jaarlijkse loonstijgingen en de inflatie (‘Dynamisch beheer’). Conform de marktpraktijk in België worden de meeste vergoedingen vanwege de gunstige fiscaliteit voor vaste pensioenuitkeringen uitbetaald in de vorm van een eenmalige uitkering.

Daarnaast sponsort Solvay twee open toegezegde-bijdrageregelingen, om boekhoudkundige redenen opgenomen als toegezegd-pensioenregelingen vanwege de minimum garanties zoals hieronder toegelicht. Dit zijn gefinancierde pensioenregelingen die geopend zijn sinds begin 2007 wat betreft de regeling voor het management en sinds begin 2005 wat betreft de regeling voor arbeiders en bedienden. Deelnemers kunnen ervoor kiezen om hun bijdragen te investeren in vier verschillende beleggingsfondsen (van “Conservatief” tot “Dynamisch”). Maar, wat ze ook kiezen, de Belgische wet bepaalt momenteel dat de werkgever een rendement op de werkgeversbijdrage en op de persoonlijke bijdrage moet garanderen, wat op die manier een potentiële verplichting voor de onderneming doet ontstaan. Sinds 2016 is het rendement voor de twee verschillende bijdragen vastgelegd op 1,75%, het minimum van de sinds 1 januari 2016 wettelijk vastgelegde bandbreedte (1,75% tot 3,75%). Voor deze regelingen had Solvay voor € 127 miljoen fondsbeleggingen per 31 december 2018, en werd er € 8 miljoen aan bijdragen betaald in 2018. Op het einde van 2018 waren de netto-verplichtingen ten aanzien van deze plannen zoals opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie niet van materieel belang.

De regelingen van Solvay worden beheerd door het Solvay Pensioenfonds, dat werkt volgens de lokale wetgeving voor wat de minimale financiering, de investeringsprincipes, gecontroleerde jaarrekeningen, neerlegging bij de overheid en bestuursprincipes betreft. Het Pensioenfonds wordt beheerd door een algemene vergadering en een raad van bestuur die de dagelijkse activiteiten delegeert aan een operationeel comité.

Solvay sponsort nog een aantal kleinere pensioenplannen. Al deze plannen zijn verzekerd.

Overige regelingen

De meeste van deze verplichtingen hebben betrekking op pensioenregelingen. In sommige landen (met name de Verenigde Staten) zijn er ook ziektekostenregelingen voorzien voor na uitdiensttreding, die 5% van de totale verplichtingen in toegezegd-pensioenregelingen uitmaken.

B.3. Financiële gevolgen

Wijzigingen in nettoverplichting

In € miljoen

 

2018

 

2017

Opgenomen nettobedrag bij aanvang periode

 

2.622

 

2.936

Nettokost in resultaat opgenomen – Toegezegd-pensioenregelingen

 

82

 

93

Reële bijdrage van de werkgever / directe betaalde voordelen

 

–196

 

–203

Verwervingen en vervreemdingen

 

–8

 

7

Herwaarderingen voor de impact van het actiefplafond

 

–25

 

–93

Wijzigingen van de impact van het actiefplafond op herwaarderingen

 

–1

 

–2

Overboekingen

 

4

 

–2

Wisselkoersverschillen

 

7

 

–72

Overboeking naar (passiva in verband met) activa aangehouden voor verkoop

 

 

 

–43

Opgenomen nettobedrag op einde periode

 

2.485

 

2.622

Herwaarderingen voor de invloed van het actiefplafond ten bedrage van € -25 miljoen bestaan uit:

  • het negatief rendement van fondsbeleggingen (exclusief interesten opgenomen in de winst-en verliesrekening) voor € 184 miljoen;
  • stijging van de disconteringsvoet (€ -195 miljoen) in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de eurozone;
  • stijging van de inflatie (€ 32 miljoen) in Frankrijk; en
  • overige herwaarderingen als gevolg van wijzigingen in de overige financiële veronderstellingen alsmede demografische en ervaringseffecten (€ -47 miljoen).
Nettokosten

In € miljoen

 

2018

 

2017

Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten

 

47

 

51

Pensioenkosten van verstreken diensttijd (waaronder inperkingen)

 

–26

 

–31

Toegerekende pensioenkosten

 

20

 

20

Rentekosten

 

135

 

154

Rente opbrengsten

 

–84

 

–93

Netto rentekosten

 

51

 

62

Administratieve kosten betaald

 

11

 

12

Netto kost opgenomen in de winst- en verliesrekening – Toegezegd-pensioenregeling

 

82

 

93

Herwaarderingen opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat

 

–26

 

–95

De toegerekende pensioenkosten en de administratieve kosten van deze pensioenregelingen worden in de winst-en verliesrekening opgenomen als verkoopkosten, als commerciële en administratieve kosten, als kosten voor onderzoek & ontwikkeling, als operationele winsten en verliezen of als resultaten van historische sanering. De netto-interesten worden opgenomen als financiële lasten.

In 2018 bedragen de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten van de Groep € 47 miljoen, waarvan € 31 miljoen voor gefinancierde regelingen en € 16 miljoen voor niet-gefinancierde regelingen. In de pensioenkosten van verstreken diensttijd is met name de gunstige invloed meegenomen van wijzigingen in de zorg- en overlijdensrisicoverzekeringen na de uitdiensttreding in de Verenigde Staten (€ 24 miljoen), een inperkingseffect (€ 15 miljoen) vooral in Frankrijk en België, gecompenseerd door een ongunstige invloed van het gegarandeerd minimum pensioen in het VK van € 16 miljoen (zie ook het onderdeel Belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden).

In 2017 bedroegen de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten van de Groep € 51 miljoen, waarvan € 34 miljoen voor gefinancierde regelingen en € 17 miljoen voor niet-gefinancierde regelingen. In de pensioenkosten van verstreken diensttijd is de gunstige invloed meegenomen van een aantal wijzigingen in de zorg- en overlijdensrisicoverzekeringen na de uitdiensttreding in de Verenigde Staten (€ 37 miljoen).

Nettoverplichting

In € miljoen

 

2018

 

2017

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen – Gefinancierde regelingen

 

3.200

 

3.402

Reële waarde van fondsbeleggingen op het einde van de periode

 

–2.542

 

–2.733

Financieringstekort voor gefinancierde regelingen

 

658

 

669

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen – Niet gefinancierde regelingen

 

1.822

 

1.947

Tekort / overschot (–)

 

2.481

 

2.616

Niet als activa opgenomen, tengevolge van het vastleggen van het actiefplafond (opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat)

 

5

 

6

Nettoverplichting (nettoactief)

 

2.485

 

2.622

Verplichting opgenomen

 

2.490

 

2.635

Actief opgenomen

 

–5

 

–14

Wijzigingen in verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen

In € miljoen

 

2018

 

2017

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen bij aanvang periode

 

5.349

 

5.739

Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten

 

47

 

51

Pensioenkosten van verstreken diensttijd (waaronder inperkingen)

 

–26

 

–31

Rentekosten

 

135

 

154

Reële bijdrage van de werknemer

 

4

 

4

Afwikkeling van regelingen

 

–8

 

–14

Verwervingen en vervreemdingen (–)

 

–8

 

7

Herwaarderingen in andere elementen van het totaalresultaat

 

–209

 

113

Winsten en verliezen met betrekking tot veranderingen in de demografische veronderstellingen

 

–45

 

–23

Winsten en verliezen met betrekking tot veranderingen in de financiële veronderstellingen

 

–139

 

106

Winsten en verliezen met betrekking tot ervaring

 

–26

 

30

Betaalde voordelen

 

–296

 

–300

Wisselkoersverschillen

 

29

 

–310

Overboekingen en andere bewegingen

 

4

 

 

Overboeking van/naar (passiva in verband met) activa aangehouden voor verkoop

 

2

 

–64

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen bij einde periode

 

5.022

 

5.349

Verplichtingen toegezegd-pensioenregelingen – Gefinancierde regelingen

 

3.200

 

3.402

Verplichtingen toegezegd-pensioenregelingen – Niet-gefinancierde regelingen

 

1.822

 

1.947

Wijzigingen in reële waarde van de fondsbeleggingen

In € miljoen

 

2018

 

2017

Reële waarde van fondsbeleggingen bij aanvang periode

 

2.733

 

2.811

Rente opbrengsten

 

84

 

93

Herwaarderingen in andere elementen van het totaalresultaat

 

–185

 

206

Bijdragen van de werkgever

 

196

 

203

Bijdragen van de werknemer

 

4

 

4

Administratieve kosten betaald

 

–11

 

–12

Afwikkeling van regelingen

 

–8

 

–14

Betaalde voordelen

 

–296

 

–300

Wisselkoersverschillen

 

23

 

–238

Overboekingen en andere bewegingen

 

 

 

2

Overboeking van/naar (passiva in verband met) activa aangehouden voor verkoop

 

1

 

–21

Reële waarde van de fondsbeleggingen bij einde periode

 

2.542

 

2.733

Reëel rendement van de fondsbeleggingen

 

–101

 

299

Het totale rendement van de fondsbeleggingen, inclusief rentebaten, bedraagt in 2018 € -101 miljoen tegen € 299 miljoen in 2017.

In 2018 waren de bijdragen in contanten van de Groep (met inbegrip van rechtstreeks uitgekeerde beloningen) € 196 miljoen, waarvan € 95 miljoen betrekking had op bijdragen aan fondsen en € 101 miljoen op rechtstreeks uitgekeerde beloningen.

De bijdragen in contanten van de Groep (met inbegrip van rechtstreeks uitgekeerde beloningen) in 2017 bedroegen € 203 miljoen, waarvan € 108 miljoen betrekking had op bijdragen aan fondsen en € 95 miljoen op rechtstreeks uitgekeerde beloningen.

Behoudens eventuele ingrijpende wijzigingen in het regelgevend kader (zie ‘Risico in verband met de regelgeving’ hierboven), zullen de bijdragen in contanten van de Groep in 2019 ongeveer € 190 miljoen bedragen.

Categorieën fondsbeleggingen

 

 

2018

 

2017

 

Beurs­genoteerd

 

Niets-beurs­genoteerd

 

Beurs­genoteerd

 

Niets-beurs­genoteerd

Aandelen

 

36%

 

0%

 

40%

 

0%

Obligaties

 

 

 

 

 

 

 

 

Met hoge kredietwaardigheid (Investment Grade)

 

55%

 

0%

 

50%

 

0%

Met lage kredietwaardigheid (Non Investment Grade)

 

2%

 

0%

 

6%

 

0%

Vastgoed

 

1%

 

0%

 

1%

 

0%

Geldmiddelen en kasequivalenten

 

2%

 

0%

 

2%

 

0%

Afgeleide financiële instrumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

Gestructureerde schulden (LDI)

 

0%

 

0%

 

1%

 

0%

Andere afgeleide financiële instrumenten

 

0%

 

0%

 

1%

 

0%

Andere

 

3%

 

0%

 

0%

 

0%

Totaal

 

100%

 

0%

 

100%

 

0%

Wat de geïnvesteerde activa betreft, dient opgemerkt te worden dat deze activa geen directe beleggingen bevatten in aandelen van de Solvay-groep of in andere activa die in het bezit zijn van of gebruikt worden door Solvay. Dit wil niet zeggen dat er geen Solvay-aandelen kunnen opgenomen zijn in beleggingsfondsen en dergelijke.

Wijzigingen in actiefplafond

In € miljoen

 

2018

 

2017

Impact van de beperkingen van het actiefplafond bij aanvang periode

 

6

 

8

Wijzigingen van de impact van de beperkingen tot het actiefplafond op herwaarderingen

 

–1

 

–2

Impact van de beperkingen van het actiefplafond bij einde periode

 

5

 

6

Actuariële veronderstellingen gebruikt voor de bepaling van de verplichting

Een aantal pensioenplannen binnen Solvay keert een lijfrente uit die periodiek wordt aangepast om het effect van de stijgende kosten voor levensonderhoud te beperken.

De veronderstelde salarisgroei wordt gebruikt om te bepalen wat het salaris aan het einde van de carrière zal zijn, aangezien de toegezegd-pensioenregelingen gebaseerd zijn op het laatste salaris van een medewerker. De invloed van inflatie en loonsverhogingen worden in deze veronderstelling meegenomen.

De veronderstelling wat pensioengroei betreft bepaalt de verwachte toekomstige aanpassingen voor deze lijfrente-uitkeringen. In het plan wordt gedefinieerd hoe deze lijfrente-uitkeringen worden aangepast en eventueel verbonden zijn aan inflatie. Veronderstellingen wat pensioengroei betreft zijn vooral van toepassing op de toegezegde-pensioenregelingen in het VK, Frankrijk en Duitsland.

Veronderstellingen van de inflatie worden apart weergegeven, aangezien schattingen wat salaris- en pensioengroei betreft meer variabelen bevatten dan inflatie.

In %

 

Eurozone

 

Verenigd Koninkrijk

 

Verenigde Staten

 

2018

 

2017

 

2018

 

2017

 

2018

 

2017

Disconteringsvoet

 

1,75

 

1,50

 

2,75

 

2,50

 

4,00

 

3,50

Verwachte toekomstige loonsverhogingen

 

1,75 – 4,00

 

1,75 – 4,00

 

2,15 – 3,25

 

2,15 – 3,25

 

3,00 – 3,75

 

3,00 – 3,75

Inflatie

 

1,75 – 2,00

 

1,50 – 1,75

 

3,25

 

3,25

 

2,25

 

2,25

Verwachte toekomstige pensioenverhogingen

 

0,00 – 2,00

 

0,00 – 1,75

 

3,10

 

3,05

 

NA

 

NA

Actuariële veronderstellingen gebruikt voor de bepaling van de jaarlijkse kosten

In %

 

Eurozone

 

Verenigd Koninkrijk

 

Verenigde Staten

 

2018

 

2017

 

2018

 

2017

 

2018

 

2017

Disconteringsvoet

 

1,50

 

1,50

 

2,50

 

2,75

 

3,50

 

4,00

Verwachte toekomstige loonsverhogingen

 

1,75 – 4,00

 

1,75 – 4,00

 

2,15 – 3,25

 

2,40 – 3,50

 

3,00 – 3,75

 

3,00 – 3,75

Inflatie

 

1,50 – 1,75

 

1,50 – 2,00

 

3,25

 

3,50

 

2,25

 

2,25

Verwachte toekomstige pensioenverhogingen

 

0,00 – 1,75

 

0,00 – 1,75

 

3,10

 

3,30

 

NA

 

NA

Actuariële veronderstellingen met betrekking tot de toekomstige levensverwachting zijn gebaseerd op landspecifieke sterftetabellen. Deze veronderstellingen komen per 1 januari 2018 bij pensionering aan 65 jaar neer op een gemiddelde levensverwachting in jaren van:

In jaar

 

Verenigd Koninkrijk

 

Verenigde Staten

 

België

 

Frankrijk

 

Duitsland

Pensioen aan het einde van het periode

Mannelijk

 

21

 

20

 

18

 

24

 

20

Vrouwelijk

 

23

 

22

 

21

 

28

 

24

Pensioen na 20 jaren na het einde van het periode

Mannelijk

 

22

 

21

 

18

 

27

 

22

Vrouwelijk

 

24

 

23

 

21

 

31

 

26

In sommige landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, geven de veronderstellingen met betrekking tot levensverwachting de ervaring van het plan en/of Solvays verwachtingen in termen van toekomstige verbetering van de levensverwachtting weer.

De actuariële veronderstellingen bij het bepalen van de verplichtingen inzake personeelsbeloningen per 31 december zijn gebaseerd op de volgende looptijden van de verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen:

 

 

Eurozone

 

Verenigd Koninkrijk

 

Verenigde Staten

Looptijd in jaren

 

12,0

 

15,9

 

10,7

Gevoeligheid van de verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen voor personeelsbeloning na uitdiensttreding

Elke gevoeligheid wordt berekend ervan uitgaande dat alle overige veronderstellingen gelijk blijven. Opgemerkt moet worden dat economische factoren en omstandigheden vaak tegelijkertijd van invloed zijn op verschillende veronderstellingen.

Gevoeligheid voor verandering in het percentage van de disconteringsvoet:

In € miljoen

 

0,25% toename

 

0,25% afname

Eurozone

 

–58

 

60

Verenigd Koninkrijk

 

–57

 

60

Verenigde Staten

 

–32

 

33

Andere landen

 

–6

 

6

Totaal

 

–153

 

159

Gevoeligheid voor verandering in het percentage van het inflatieniveau:

In € miljoen

 

0,25% toename

 

0,25% afname

Eurozone

 

54

 

–52

Verenigd Koninkrijk

 

40

 

–39

Verenigde Staten

 

 

 

 

Andere landen

 

5

 

–4

Totaal

 

99

 

–95

Gevoeligheid voor verandering in het percentage van de salarisgroei:

In € miljoen

 

0,25% toename

 

0,25% afname

Eurozone

 

15

 

–14

Verenigd Koninkrijk

 

3

 

–3

Verenigde Staten

 

2

 

–1

Andere landen

 

1

 

–1

Totaal

 

21

 

–19

Gevoeligheid voor verandering met één jaar in de sterftetabellen - De tabel geeft de impacten weer wanneer de leeftijd van alle rechthebbenden met 1 jaar toe/afneemt:

In € miljoen

 

+1 jaar toename

 

–1 jaar afname

Eurozone

 

–78

 

80

Verenigd Koninkrijk

 

–57

 

58

Verenigde Staten

 

–29

 

30

Andere landen

 

–7

 

8

Totaal

 

–171

 

176

F34.B. Voorzieningen andere dan voor de personeelsbeloningen

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Voorzieningen worden opgenomen (a) indien de Groep op balansdatum een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, (b) het waarschijnlijk is dat de Groep deze verplichting zal moeten vereffenen, en (c) indien het bedrag van de verplichting op een betrouwbare manier kan geschat worden.

Het bedrag opgenomen als een voorziening is de beste schatting van de uitgave nodig om aan de bestaande verplichting te voldoen op het einde van de verslagperiode, rekening houdend met de risico’s en onzekerheden verbonden aan de verplichting. Als het effect van de tijdswaarde van geld aanzienlijk is, is dit bedrag de contante waarde van de nodige kasstromen om deze verplichting af te wikkelen. Het effect van wijzigingen in de disconteringsvoet wordt doorgaans opgenomen in het financieel resultaat.

Indien sommige of alle economische voordelen die vereist zijn om een voorziening af te wikkelen naar verwachting op een derde partij zullen worden verhaald, dient een vordering te worden opgenomen als actief indien het vrijwel zeker is dat dit bedrag zal worden terugbetaald indien de Groep haar verplichting afwikkelt.

Verlieslatende contracten

Een verlieslatend contract is een contract waarbij de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger liggen dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract worden ontvangen. Huidige verplichtingen voortvloeiend uit verlieslatende contracten worden opgenomen en gewaardeerd als voorzieningen.

Herstructurering

Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel plan voor de herstructurering heeft ontwikkeld en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat zij de herstructurering zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Een voorziening voor herstructurering omvat enkel uitgaven die noodzakelijk zijn voor de herstructurering en geen verband houden met de lopende activiteiten van de entiteit.

Leefmilieuverplichtingen

Solvay analyseert tweemaal per jaar alle leefmilieurisico’s en de daarmee verband houdende voorzieningen. Solvay waardeert deze voorzieningen op basis van haar kennis van de toepasbare reglementeringen, de aard en de omvang van de vervuiling, de saneringstechnieken en andere beschikbare informatie.

Voorzieningen voor herstructurering

Deze voorzieningen bedragen € 185 miljoen, tegen € 62 miljoen eind 2017.

De voornaamste voorzieningen op het einde van 2018 hebben betrekking op het transformatieprogramma van de Groep (€ 160 miljoen)

Milieuvoorzieningen

Deze voorzieningen bedroegen € 691 miljoen eind 2018, tegen € 702 miljoen eind 2017, en hebben betrekking op:

  • mijnen en booroperaties, voor zover de wetgeving en/of exploitatievergunningen in verband met mijnen en booroperaties in een verplichting tot schadevergoeding aan derden voorzien. Het merendeel van deze voorzieningen, die aangelegd worden op basis van lokale expertise, zullen naar verwachting binnen een periode van 1 tot 20 jaar aangewend worden en bedragen € 140 miljoen;
  • de ontmanteling van de laatste elektrolyse-activiteiten, die eind 2019 moet zijn afgerond. De resterende voorzieningen die betrekking hadden op deze activiteiten zullen gebruikt worden voor de aanpak van bodem- en grondwaterverontreiniging, merendeels gedurende de komende 20 jaar;
  • kalkputten (bezinkingsvijvers die vooral verband houden met een natriumcarbonaatfabriek), stortplaatsen (eigen en van derden), verbonden aan verschillende industriële activiteiten. Deze voorzieningen hebben een tijdshorizon van 1 tot 20 jaar; en
  • verschillende soorten vervuiling (organisch en niet-organisch) als gevolg van diverse chemische producties: deze voorzieningen dekken voornamelijk stopgezette activiteiten of gesloten fabrieken. De meeste van deze voorzieningen hebben een tijdshorizon van 1 tot 20 jaar.

De geschatte bedragen worden verdisconteerd op basis van de waarschijnlijke afrekeningsdatum, en worden regelmatig aangepast naargelang de tijd verstrijkt.

Voorzieningen voor geschillen

Deze voorzieningen hebben betrekking op zowel belastings- als juridische geschillen. Deze bedragen € 121 miljoen eind 2018, tegen € 129 miljoen eind 2017. Het saldo op het einde van 2018 heeft betrekking op: belastingrisico’s (€ 52 miljoen); en juridische claims (€ 69 miljoen).

Overige voorzieningen

Deze voorzieningen hebben betrekking op de stopzetting of verkoop van activiteiten en bedragen € 168 miljoen, tegen € 180 miljoen op het einde van 2017.