Solvay
Geïntegreerd jaarverslag 2019

Solvay meet zijn financiële prestaties aan de hand van alternatieve prestatie-indicatoren, die hieronder te vinden zijn. Solvay is van mening dat deze metingen nuttig zijn voor het analyseren en verklaren van veranderingen en trends in de historische bedrijfsresultaten, omdat hierdoor de prestaties op consistente basis kunnen worden vergeleken. Voor vergelijkingsdoeleinden zijn de referentiecijfers van 2018 op pro forma basis, alsof IFRS 16 was geïmplementeerd in 2018. De balansevolutie is vergeleken met 1 januari 2019, waarin de IFRS 16-impact is opgenomen ten opzichte van 31 december 2018.

  • Belastingvoet = Belasting op winst / (Winst voor belastingen – Resultaat uit joint ventures & geassocieerde deelnemingen – Interesten & geboekte wisselkoersresultaten op de RusVinyl joint venture), allemaal op een onderliggende basis. De aanpassing in de noemer betreffende geassocieerde deelnemingen en joint ventures is gemaakt omdat deze bijdragen reeds na aftrek van de belasting op winst zijn.
  • Onderzoek & innovatie meet de totale contante inspanning aangaande onderzoek & ontwikkeling, of het nu om uitgegeven of gekapitaliseerde kosten gaat. Het bestaat uit kapitaalinvesteringen en uitgaven aangaande onderzoek en ontwikkeling opgenomen in het resultaat en in het overzicht van de financiële positie, vóór aftrek van subsidies, royalties en afschrijvingslasten.
  • Onderzoek- en Innovatie-intensiteit is de ratio van onderzoek & innovatie op netto-omzet.
  • Vrije kasstroom wordt berekend als kasstromen uit bedrijfsactiviteiten (exclusief kasstromen verbonden aan verwervingen of vervreemdingen van dochterondernemingen, en uitgaande kasstromen van aanvullende vrijwillige bijdragen in verband met pensioenregelingen, aangezien deze als schuldafbouw zijn beschouwt, als terugbetaling van schulden) plus kasstromen uit investeringsactiviteiten (exclusief kasstromen uit kosten die voortkomen uit of verband houden met verwervingen en vervreemdingen van dochterondernemingen en andere investeringen, en exclusief leningen aan geassocieerde deelnemingen en andere niet-geconsolideerde deelnemingen, evenals gerelateerde belastingelementen en erkenning van verrekende vorderingen), de betaling van leaseverplichtingen gepresenteerd in de kasstroom uit financieringsactiviteiten en de toename/afname van leningen in verband met milieusanering. Vóór de goedkeuring van IFRS 16 werden leasebetalingen van operationele leases opgenomen in de vrije kasstroom. Als gevolg van de toepassing van IFRS 16 omvat de vrije kasstroom de betaling van de leaseverplichting (exclusief de rentelasten), omdat leaseovereenkomsten over het algemeen worden beschouwd als bedrijfsactiviteiten. Het niet opnemen van deze post in de vrije kasstroom zou resulteren in een aanzienlijke verbetering van de vrije kasstroom in vergelijking met voorgaande perioden, terwijl de activiteiten zelf niet werden beïnvloed door de implementatie van IFRS 16.
  • Vrije kasstroom aan Solvay aandeelhouders wordt berekend als de vrije kasstroom na betaling van netto interesten, coupons op eeuwigdurende hybride obligaties en dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen. Dit vertegenwoordigt de kasstroom waarover de aandeelhouders van Solvay beschikken, om hun dividend te betalen en/of om de netto financiële schuld te verminderen.
  • De vrije kasstroomomrekening is berekend als de verhouding tussen de vrije kasstroom aan Solvay aandeelhouders (vóór aftrek van dividenden betaald aan minderheidsbelangen) en onderliggende EBITDA.
  • Kapitaalinvesteringen (capex) zijn contanten betaald voor de verwerving van materiële en immateriële activa gepresenteerd in kasstromen uit investeringsactiviteiten en contant betaald op de leaseverplichtingen (exclusief betaalde interesten), gepresenteerd in kasstromen uit financieringsactiviteiten.
  • Kasstroomomzetting is een ratio die wordt gebruikt om de omzetting van EBITDA in cash te meten. Deze ratio wordt gedefinieerd als (onderliggende EBITDA + Capex van voortgezette activiteiten) / onderliggende EBITDA.
  • Netto werkkapitaal bevat voorraden, handelsvorderingen en andere kortlopende vorderingen, verminderd met handelsschulden en andere kortlopende verplichtingen.
    (IFRS) netto schuld = Langlopende financiële schulden + Kortlopende financiële schulden – geldmiddelen en kasequivalenten – Overige vorderingen op financiële instrumenten. Onderliggende nettoschuld vertegenwoordigt de Solvay-aandelenweergave op schulden, waarbij 100% van de hybride eeuwigdurende obligaties opnieuw worden geklasseerd als schuld, maar geklasseerd als eigen vermogen onder IFRS. 
  • De hefboomgraad = Nettoschuld / Onderliggende EBITDA van de afgelopen 12 maanden. Onderliggende hefboomgraad = Onderliggende nettoschuld / Onderliggende EBITDA van de laatste 12 maanden.
  • ROCE (rendement op aangewend kapitaal) is berekend als de verhouding tussen de onderliggende EBIT (vóór aanpassing voor de afschrijving van PPA) en aangewend kapitaal. Het aangewend kapitaal bestaat uit het nettowerkkapitaal, materiële en immateriële activa, goodwill, met een gebruiksrecht overeenstemmende activa, investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures en overige deelnemingen, en wordt genomen als het gemiddelde van de balans aan het einde van de 4 laatste kwartalen.
  • Aanvullende vrijwillige pensioenbijdrage met personeelsbeloningenregelingen: bijdragen aan fondsbeleggingen die hoger zijn dan de verplichte bijdragen aan personeelsbeloningenregelingen. Deze betalingen zijn discretionair en worden gestuurd door de doelstelling van waardecreatie.
  • Verplichte bijdragen aan regelingen voor personeelsbeloningen: voor gefinancierde plannen, bijdragen aan fondsbeleggingen die overeenkomen met bedragen die tijdens de respectieve periode moeten worden betaald, in overeenstemming met overeenkomsten met beheerders of regelgeving, en, voor niet-gefinancierde plannen, voordelen die aan begunstigden worden betaald.
  • Cash Flow Return On Investment (CFROI) meet het cash rendement van de bedrijfsactiviteiten van Solvay. Mutaties in CFROI-niveaus zijn relevante indicatoren die aangeven of economische waarde wordt toegevoegd, hoewel wordt aanvaard dat deze meting niet kan worden gebenchmarked of vergeleken met sectorgenoten. De definitie maakt gebruik van een redelijke schatting (managementschatting) van de vervangingswaarde van activa en vermijdt boekhoudkundige verstoringen, bijvoorbeeld voor bijzondere waardeverminderingen. CFROI wordt berekend als de verhouding tussen recurrente kasstroom en geïnvesteerd vermogen, waarbij:
  • Recurrente kasstroom = onderliggende EBITDA + dividenden van geassocieerde deelnemingen en joint ventures - resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures + recurrente capex + recurrente inkomstenbelastingen;
  • Geïnvesteerd kapitaal = vervangingswaarde van goodwill en vaste activa + Netto werkkapitaal + Boekwaarde van geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
  • Recurrente kapitaalinvesteringen worden genormaliseerd op 2,3% van de vervangingswaarde van vaste activa na aftrek van goodwillwaarden;
  • Recurrente winstbelasting is genormaliseerd op 28% van (Onderliggende EBIT - resultaat van geassocieerde deelnemingen en joint ventures).