Solvay
Geïntegreerd jaarverslag 2019

Deze informatie werd opgesteld overeenkomstig de Europese Verordening (EG) 1606/2002 inzake internationale boekhoudkundige standaarden (IFRS) van 19 juli 2002. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het op 31 december 2019 afgesloten boekjaar werd opgesteld in overeenstemming met de IFRS (International Financial Reporting Standards) die door de International Accounting Standards Board (IASB) gepubliceerd werden, en die goedgekeurd werden door de Europese Unie.

De boekhoudkundige standaarden die in de geconsolideerde jaarrekening toegepast worden voor het op 31 december 2019 afgesloten boekjaar zijn dezelfde als de standaarden die gebruikt werden voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van het op 31 december 2018 afgesloten boekjaar, met uitzondering van de toepassing van nieuwe standaarden vanaf 1 januari 2019, die hieronder nader worden uitgelegd. Met uitzondering van Rentebenchmarkhervorming, paste de Groep geen andere standaard, interpretatie of aanpassing, uitgegeven maar nog niet van toepassing, vervroegd toe.

Standaarden, interpretaties en aanpassingen die in 2019 voor het eerst van toepassing zijn

Op 1 januari 2019 past de Groep voor het eerst IFRS 16 Leaseovereenkomsten, de aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen, die deel uitmaken van de jaarlijkse verbeteringen aan IFRS Standaarden (cyclus 2015 – 2017) en IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten, toe. Verschillende andere aanpassingen en interpretaties (met inbegrip van Rentebenchmarkhervorming, die IFRS 9 Financiële instrumenten, IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering en IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing aanpast) zijn voor het eerst van toepassing in 2019, maar hebben niet meer dan een onbeduidende impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

IFRS 16 Leaseovereenkomsten

Met ingang van 1 januari 2019 past de Groep niet langer IAS 17 Leaseovereenkomsten, IFRIC 4 Bepalen of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC 15 Operationele leases – Incentives, en SIC 27 Evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst toe. IFRS 16 is van toepassing voor jaarlijkse verslagperiodes die aanvangen op of na 1 januari 2019. IFRS 16 zet de bepalingen uiteen voor de opname, waardering, presentatie en informatieverschaffing van leaseovereenkomsten, en verplicht lessees om alle leaseovereenkomsten in één balansmodel op te nemen, vergelijkbaar met de verwerking van financiële leaseovereenkomsten onder IAS 17. Op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst erkennen lessees een leaseverplichting (dit is de verplichting om het leasebedrag te betalen) alsmede een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief (dit is een actief dat het gebruiksrecht vertegenwoordigt van het onderliggende actief gedurende de leaseperiode).

De geleasede activa van de Groep betreffen voornamelijk gebouwen, transportmiddelen, en industriële uitrustingen.

De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa worden afzonderlijk gepresenteerd in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie, en de leaseverplichtingen worden gepresenteerd in de Financiële schulden.

Op 1 januari 2019:

  • paste de Groep IFRS 16 toe, op basis van de aangepaste retrospectieve methode, d.w.z. zonder voorgaande verslagperiodes aan te passen. De Groep publiceerde pro forma vergelijkende informatie buiten de IFRS financiële verslaggeving, die werd opgenomen in het Financieel Verslag voor het vierde kwartaal 2018.
  • werden de leaseverplichtingen van leaseovereenkomsten, die voorheen werden geclassificeerd als operationele leaseovereenkomsten gewaardeerd tegen de contante waarde van de resterende leasebetalingen, gedisconteerd op basis van de marginale rentevoet voor de betreffende Groepsentiteit op 1 januari 2019. De leaseverplichtingen bedragen € 433 miljoen, zoals verder toegelicht in de tabel hieronder. De gewogen gemiddelde marginale rentevoet bedroeg 3,73%.
  • werden met een gebruiksrecht overeenstemmende activa, die voorheen werden geclassificeerd als operationele leaseovereenkomsten, gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan de leaseverplichting, aangepast voor het bedrag van alle vooruitbetaalde of uit te voeren leasebetalingen die met de leaseovereenkomst verband houden en waren opgenomen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie op 31 december 2018. De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa bedroegen € 428 miljoen;
  • paste de Groep de praktische oplossing toe, beschikbaar bij de overgang naar IFRS 16, aangaande verlieslatende contracten. De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa op 1 januari 2019 werden aangepast ten belope van het bedrag van de voorzieningen voor verlieslatende contracten opgenomen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie onmiddellijk voor 1 januari 2019. Dit had een positieve impact op het overgedragen resultaat op 1 januari 2019 van € 8 miljoen.

De volgende tabel vat de effecten samen van de initiële toepassing van IFRS 16 op de geconsolideerde jaarrekening op de overgangsdatum:

Geconsolideerd overzicht van de financiële positie
In € miljoen

31 december 2018

IFRS 16

1 januari 2019

Met een gebruiksrecht overeenstemmende activa

 

428

428

Leningen en andere activa

282

–10

272

Overige vorderingen

719

–1

718

Activa aangehouden voor verkoop

1.434

19

1.453

Totaal van de activa

22.000

436

22.436

Totaal eigen vermogen

10.624

8

10.632

Overige voorzieningen

883

–16

867

Financiële schulden – Langlopende

3.180

340

3.520

Financiële schulden – Kortlopende

630

93

723

Handelsschulden

1.439

–8

1.431

Passiva verbonden aan activa aangehouden voor verkoop

435

19

454

Totaal van het eigen vermogen en passiva

22.000

436

22.436

De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa en leaseverplichtingen bedroegen € 425 miljoen voor de volgende herclassificaties:

  • Vooruitbetaalde leasebetalingen, voorheen opgenomen als Leningen en overige activa (€ 10 miljoen) en Overige vorderingen (€ 1 miljoen), deden de met een gebruiksrecht overeenstemmende activa toenemen met € 11 miljoen;
  • Voorzieningen voor verlieslatende contracten, voorheen opgenomen in de Overige voorzieningen, deden de met een gebruiksrecht overeenstemmende activa afnemen met € -8 miljoen (€ -16 miljoen impact op de Overige voorzieningen en € 8 miljoen op het totaal eigen vermogen);
  • Verschuldigde leasebetalingen, voorheen opgenomen in Handelsschulden, deden de financiële schulden toenemen met € 8 miljoen.

Deze bedragen zijn de openingssaldi op 1 januari 2019.

Op 1 januari 2019, als gevolg van de toepassing van IFRS 16, zijn zowel de activa aangehouden voor verkoop als de verplichtingen verbonden aan activa aangehouden voor verkoop toegenomen met € 19 miljoen voor de met een gebruiksrecht overeenstemmende activa en leaseverplichtingen verbonden aan Polyamides.

De onderstaande aansluiting van de openingsbalans van de leaseverplichtingen op 1 januari 2019 is gebaseerd op de operationele lease verplichtingen op 31 december 2018:

In € miljoen

1 januari 2019

Totaal van de toekomstige minimum leasebetalingen aangaande niet-opzegbare operationele leaseovereenkomsten (niet gedisconteerd) op 31 december 2018

491

Minimum leasebetalingen van financiële leaseovereenkomsten (niet gedisconteerd) op 31 december 2018

90

Overige

24

Leaseverplichtingen (niet gedisconteerd) op 1 januari 2019

606

Discontering (met inbegrip van financiële leaseovereenkomsten opgenomen per 31 december 2018)

–137

Huidige waarde van minimum leasebetalingen van financiële leaseovereenkomsten op 31 december 2018

–36

Bijkomende leaseverplichtingen ingevolge de initiële toepassing van IFRS 16 op 1 januari 2019

433

“Overige” betreft voornamelijk verlieslatende leaseovereenkomsten, die voorheen werden opgenomen in Overige voorzieningen ten belope van € 16 miljoen, en verschuldigde leasebetalingen, die voorheen werden opgenomen in Handelsschulden ten belope van € 8 miljoen.

Als gevolg van de toepassing van IFRS 16 verhoogden afschrijvingskosten en financiële kosten met € 113 miljoen, en € 23 miljoen, respectievelijk, terwijl de Operationele kosten daalden met € -133 miljoen. Verder verhoogden de operationele kasstromen met € 133 miljoen, en daalden de financiële kasstromen met eenzelfde bedrag.

Aanpassingen aan IAS 12 Winstbelastingen die deel uitmaken van de jaarlijkse verbeteringen aan IFRS Standaarden (cyclus 2015 – 2017)

Vanaf 1 januari 2019 paste de Groep de aanpassingen aan IAS 12 toe, die betrekking hebben op de gevolgen op de winstbelasting van dividenden die zijn opgenomen op of na het begin van de eerste vergelijkende periode, d.i. 1 januari 2018.

In 2018 werden de gevolgen op de winstbelasting van coupons op eeuwigdurende hybride obligaties opgenomen in het eigen vermogen. Ingevolge de toepassing van de aanpassingen, zullen deze gevolgen op de winstbelasting worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

In € miljoen

 

2018

Winst van de periode, IFRS zoals gepubliceerd

a

898

Belastingen op eeuwigdurende hybride obligaties opgenomen in het eigen vermogen

b

19

Winst van de periode, IFRS herwerkt

c = a + b

917

Winst van de periode toegekend aan minderheidsbelangen, IFRS herwerkt

d

39

Winst van de periode toegekend aan Solvay aandeelhouders, IFRS herwerkt

e = c – d

877

Gewogen gemiddelde van het aantal uitstaande aandelen (basisberekening)

f

103.276.632

Gewone winst per aandeel (in €), IFRS herwerkt

g = e / f

8,49

In het geconsolideerd kasstroomoverzicht is de toename van de “Winst van de periode” afgezet tegen de afname van de “Belastingen op het resultaat”.

In het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen is de “Winst van de periode” afgezet tegen de afname van “Overige” in “Ingehouden winsten”.

IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten

De interpretatie heeft betrekking op de verwerking van winstbelastingen wanneer de behandeling van onzekere belastingposities binnen het toepassingsbied van IAS 12 Winstbelastingen valt en is niet van toepassing op belastingen of heffingen buiten het toepassingsgebied van IAS 12 en bevat ook geen specifieke vereisten op het gebied van rente of boetes bij de verwerking van onzekere belastingposities. De interpretatie heeft specifiek betrekking op het volgende:

  • of een entiteit de verwerking van onzekere belastingposities afzonderlijk of samen met een of meerdere andere onzekere belastingposities beschouwt, hangt af van de benadering die de afwikkeling van de onzekerheid het best voorspelt;
  • een entiteit dient te veronderstellen dat de belastingdiensten die het recht hebben om elk bedrag te onderzoeken die aan hen wordt gerapporteerd, deze bedragen zullen onderzoeken en over volledige kennis van de relevante gegevens zullen beschikken;
  • een entiteit bepaalt de belastbare winst (fiscale verliezen), de fiscale boekwaarde, ongebruikte fiscale verliezen, ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en belastingtarieven rekening houdende met of het waarschijnlijk is dat de relevante belastingdiensten elke fiscale behandeling (of groep van fiscale behandelingen), die hij gebruikt of plant te gebruiken in zijn belastingaangifte, zullen aanvaarden; en
  • een entiteit herbekijkt zijn beoordelingen en schattingen als de feiten en omstandigheden wijzigen.

De interpretatie is van toepassing op jaarlijkse verslagperioden die aanvangen op of na 1 januari 2019, maar beperkte vrijstellingen zijn beschikbaar. De Groep past de interpretatie toe sedert haar ingangsdatum, en identificeerde geen meer dan niet-significante waarderingsimpact op haar geconsolideerde financiële verslaggeving. Onzekere belastingverplichtingen die voorheen onder Voorzieningen waren opgenomen, voor een bedrag van € 40 miljoen werden geherclassificeerd naar Overige langlopende verplichtingen.

Andere standaarden, interpretaties of aanpassingen die van toepassing waren in 2019 hebben geen materiële invloed gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Standaarden, interpretaties en aanpassingen die in 2020 voor het eerst van toepassing zijn

Standaarden, interpretaties of aanpassingen die voor het eerst van toepassing worden in 2020 hebben naar verwachting niet meer dan een geringe invloed op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Standaarden, interpretaties en aanpassingen die na 2020 voor het eerst van toepassing zijn

Standaarden, interpretaties of aanpassingen die voor het eerst van toepassing worden na 2020 hebben naar verwachting niet meer dan een geringe invloed op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.