Solvay
Geïntegreerd jaarverslag 2019

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Op het einde van elke verslagperiode evalueert de Groep of er indicaties zijn voor een mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies van een actief. Indien dergelijke indicaties bestaan, dan wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat, om zo de omvang van het eventuele bijzondere waardeverminderingsverlies te bepalen. Waar het niet mogelijk is om de realiseerbare waarde van een individueel actief te bepalen, bepaalt de Groep de realiseerbare waarde van de KGE waartoe het betreffende actief behoort. Waar een redelijke en consistente toewijzingsbasis kan worden bepaald, worden de algemene bedrijfsactiva toegewezen aan de individuele KGE’s, of aan de kleinste groep van KGE’s waarvoor een redelijke en consistente toewijzingsbasis kan worden bepaald.

De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde minus de verkoopkosten van het actief en de bedrijfswaarde. Bij beoordeling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun contante waarde, gebruikmakend van een disconteringsvoet voor belastingen. Toekomstige kasstromen worden aangepast voor risico’s die niet worden meegenomen in de disconteringsvoet.

Indien wordt geschat dat de realiseerbare waarde van een actief (of KGE) lager is dan de boekwaarde, wordt de boekwaarde van het actief (of KGE) gereduceerd tot de realiseerbare waarde ervan. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen in winst of verlies.

Wanneer een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen in vroegere boekjaren wordt teruggenomen, wordt de boekwaarde van het actief (of KGE) gebracht tot de herziene geschatte realiseerbare waarde, voor zover de verhoogde boekwaarde niet hoger ligt dan de boekwaarde die (na aftrek van afschrijvingen) zou zijn bepaald als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of KGE) was opgenomen. Een terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen in winst of verlies.

Activa anders dan vaste activa aangehouden voor verkoop

In overeenstemming met IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa stemt de realiseerbare waarde van materiële vaste activa, immateriële activa, met een gebruiksrecht overeenstemmende activa, KGE’s of groepen van KGE’s, inclusief goodwill, en investeringen geconsolideerd volgens de equity-methode overeen met de hoogste van de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde is gelijk aan de contante waarde van de toekomstige kasstromen die verwacht worden van elk actief, elke KGE of groep van KGE’s, en ze wordt bepaald aan de hand van de volgende inputs:

  • bedrijfsplan goedgekeurd door het management op grond van veronderstellingen ten aanzien van groei en rentabiliteit, waarbij rekening wordt gehouden met prestaties uit het verleden, wijzigingen in de prognoses van de economische omgeving en de verwachte marktontwikkelingen, met inbegrip van opportuniteiten en risico’s verbonden aan klimaatverandering en milieuvoorschriften, zoals de geleidelijke afschaffing van producten. Voor bijkomende details verwijzen we naar Risicobeheer. Een dergelijk bedrijfsplan dekt over het algemeen vijf jaar, tenzij het management voldoende vertrouwen heeft in prognoses op langere termijn;
  • bepaling van een eindwaarde (terminal value) op basis van de kasstromen die verkregen worden door het extrapoleren van de kasstromen van de laatste jaren van het hiervoor vermelde bedrijfsplan, waarbij rekening wordt gehouden met een groeivoet op lange termijn van toepassing op de activiteit en de locatie van de activa;
  • verdisconteren van verwachte kasstromen aan een disconteringsvoet die bepaald wordt op basis van de formule van de gewogen gemiddelde kapitaalkost.

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet wordt geschat op basis van uitgebreide benchmarking met sectorgenoten om te bepalen welk rendement vereist zou zijn voor investeerders bij investeringen in de onderliggende activa. De gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt voor de verdiscontering van toekomstige kasstromen werd vastgesteld op 6,7% in 2019 (6,2% in 2018). De stijging van de disconteringsvoet in 2019 heeft betrekking op de stijging van de premie voor landenrisico’s in bepaalde landen (Italië, België, Brazilië, Rusland, India, Frankrijk) en de stijging van de aangepaste levered beta.

Groeivoet op lange termijn

In 2019 werd een globaal nazicht van de volledige activiteitenportfeuille uitgevoerd, wat resulteerde in de definitie van de G.R.O.W Strategie en elke KGE werd toegewezen aan een van de drie flexibele operationele segmenten die van toepassing zijn vanaf 2020: Materials, Chemicals en Solutions, met verschillende groei-opportuniteiten, consistent met de lange-termijn groeivoeten op de markten die ze bedienen en de concurrentiële positie van de Groep in deze markten. De lange-termijn groeivoet werd vastgelegd op 2% voor de KGE’s in het Segment Materials, 0% in het Segment Chemicals, behalve voor Soda Ash en Peroxides, waarvoor een groeivoet van 1% werd bepaald, en 1% in het Segment Solutions (behalve voor Olie & Gas).

In 2018 werd de groeivoet op lange termijn vastgesteld op 2%, met uitzondering van Aroma en Perfomance, waar de groeivoet op 1% is vastgesteld.

Andere belangrijke veronderstellingen zijn specifiek voor elke KGE (nutsprijzen, volumes, marge …).

Test voor bijzondere waardevermindering 2019

Impact van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten

De toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten had een beperkte impact op de activa waarvoor IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa van toepassing is. Per 1 januari 2019 stegen deze activa van € 15.2 miljard naar € 15.6 miljard of door 3% toe te voegen van de met een gebruiksrecht overeenstemmende activa. Gezien de beperkte impact van de toepassing van IFRS 16 zijn de gevolgen op de test voor bijzondere waardevermindering niet significant.

Novecare Olie- en Gasactiviteit

Het grootste deel van de olie- en gasactiviteiten van Novecare is gekoppeld aan de onconventionele olie en gas in Noord-Amerika, en met name de procesfase van “fracking”. Novecare bedient andere olie- en gastoepassingen en andere processen zoals cementering of productie, maar deze vertegenwoordigen slechts een klein deel van de totale omzet.

In de context van moeilijke en onzekere wereldwijde olie- en gasmarkten is de chemie-activiteit in fracking zeer volatiel geweest. De afgelopen twee jaar is de waarde van fracking-chemicaliën aanzienlijk verminderd en zijn zowel de volumes als de prijzen onder druk gekomen, omdat veranderingen in de concurrentiële omgeving de markt standaardiseren. De olie- en gaspositie van Solvay, die bestaat uit de voormalige Chemlogics en de Rhodia olie- en gasactiviteiten, werd ook beïnvloed door twee andere ontwikkelingen die zijn versneld en bijzonder impactvol zijn geworden in 2019:

  • De eerste is een duidelijke afname van duurzamere en efficiëntere, maar ook duurdere, formuleringen gebaseerd op natuurlijke guar. Klanten zijn blijven kiezen voor goedkopere frictiereductiemiddelen ten koste van Solvay’s oplossingen; recente innovaties hebben tot nu toe deze trend niet kunnen omkeren.
  • De tweede is verhoogde prijsdruk en verlies van marktaandeel toen concurrenten de belangrijke 'last-mile'-levering en serviceruimte betraden, die voorheen een bron van differentiatie was, evenals de meer algemene druk op de hele waardeketen veroorzaakt door lagere olie- en aardgasprijzen.

Als gevolg van deze ontwikkelingen is de winstgevendheid van de olie- en gasactiviteiten in 2019 aanzienlijk verslechterd. Er zijn maatregelen genomen met betrekking tot veranderingen in het management, het aanpassen van kostenstructuren en het ontwikkelen van plannen die naar verwachting zullen bijdragen aan het herstel van een winstgevendheid die het concurrentielandschap beter weerspiegelt.

Verder bleek uit de strategieherziening dat de voormalige Chemlogics-activiteiten relatief veerkrachtiger zijn geweest dan de voormalige Rhodia-guar-activiteiten.

Als gevolg hiervan zijn de synergiën tussen de Olie- en Gasactiviteiten en de rest van Novecare nu te klein en de toekomstige groeimogelijkheden te bescheiden om de Olie- en Gasactiviteiten te blijven beschouwen als onderdeel van Novecare, wat voorheen het geval was. Deze conclusie vereist, in overeenstemming met IAS 36 Bijzondere waardeverminderingen van activa, dat de Olie- en Gasactiviteiten worden geïsoleerd in een afzonderlijke KGE en dat de bijzondere waardeverminderingstest moet worden uitgevoerd op het niveau van de Olie- en Gasactiviteiten in plaats van op Novecare-niveau.

Rekening houdend met de boekwaarden van de Olie- en Gasactiviteiten en de contante waarde van toekomstige kasstromen op basis van het herstelplan, is een bijzondere waardevermindering van € 825 miljoen vóór belastingen en € 658 miljoen na belastingen opgenomen. De omvang van de bijzondere waardevermindering wordt verergerd door zowel de evolutie van de wisselkoersen sinds de overname van Chemlogics in 2013, als door een verwachting van aanhoudend lage olieprijzen. Deze laatste dempt de vraag naar premium-oplossingen en daarmee de realiseerbare waarde van het actief (kasstroomgenererende eenheid), zijnde de gebruikswaarde met een WACC van 6,7%.

Het bijzonder waardeverminderingsverlies van € 825 miljoen is opgenomen volgens de aard van de activa in het Segment Advanced Formulations als volgt: € 758 miljoen voor Goodwill, € 53 miljoen voor Immateriële activa, € 9 miljoen voor Materiële vaste activa en € 5 miljoen voor Voorraden.

Sensitiviteit voor Composite Materials

Composite Materials maakte deel uit van de Cytec overname aan het einde van 2015 (Operationeel Segment: Advanced Materials). Deze had een boekwaarde van € 3,4 miljard, met inbegrip van goodwill voor € 1,3 miljard (zie toelichting F21 Goodwill en bedrijfscombinaties). De overwaarde voor Composite Materials (het verschil tussen de bedrijfswaarde op basis van verdisconteerde kasstromen en de boekwaarde) is bijna € 0,8 miljard, of bijna 24% van de boekwaarde.

De overwaarde van Composite Materials is gevoelig voor veranderingen in de veronderstellingen in verband met de disconteringsvoet en de groeivoet op de lange termijn. Op basis van onderstaande sensitiviteitsanalyses blijft de overwaarde positief, hoewel lager dan 10% van de boekwaarde als de lange-termijn groeivoet daalt met 1%.

In € miljard

2019

2018

Veronderstellingen:
Disconteringsvoet = 6.7%
Groeivoet op lange termijn = 2%

Impact op realiseerbare waarde

Herziene resterende overwaarde

Impact op realiseerbare waarde

Herziene resterende overwaarde

Gevoeligheid voor 0,5% afname van disconteringsvoet

0,5

1,3

0,6

1,3

Gevoeligheid voor 0,5% toename van disconteringsvoet

–0,4

0,4

–0,4

0,3

 

 

 

 

 

Gevoeligheid voor 1% afname van groeivoet op lange termijn

–0,7

0,1

–0,6

0,1

Gevoeligheid voor 1% toename van groeivoet op lange termijn

1,0

1,8

1,0

1,8

Onderstaande tabel geeft de break-evenanalyse weer van de overwaarde voor Composite Materials:

 

Disconteringsvoet

Groeivoet op lange termijn

 

Huidige assumptie

Break-even bij

Huidige assumptie

Break-even bij

2019

6,7%

7,8%

2,0%

0,8%

2018

6,2%

7,1%

2,0%

0,8%

Sensitiviteit voor Technology Solutions

Technology Solutions maakte eveneens deel uit van de Cytec overname aan het einde van 2015 (Operationeel Segment: Advanced Formulations). Deze had een boekwaarde van € 2,0 miljard, met inbegrip van goodwill voor € 1 miljard (zie toelichting F21 Goodwill en bedrijfscombinaties). De overwaarde voor Technology Solutions (het verschil tussen de bedrijfswaarde op basis van verdisconteerde kasstromen en de boekwaarde) is bijna € 0,4 miljard, of bijna 20% van de boekwaarde.

In het kader van het strategische nazicht uitgevoerd in 2019 werd de lange-termijn groei voor Technology Solutions herzien (van 2% in 2018 tot 1% in 2019). Gezien deze wijziging in veronderstelling een belangrijke impact had op de realiseerbare waarde van Technology Solutions, werd een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd.

Op basis van onderstaande sensitiviteitsanalyses blijft de overwaarde positief, hoewel lager dan 10% van de boekwaarde als de lange-termijn groeivoet daalt met 1%.

In € miljard

2019

Veronderstellingen:
Disconteringsvoet = 6.7%
Groeivoet op lange termijn = 1%

Impact op realiseerbare waarde

Herziene resterende overwaarde

Gevoeligheid voor 0,5% afname van disconteringsvoet

0,2

0,6

Gevoeligheid voor 0,5% toename van disconteringsvoet

–0,2

0,2

 

 

 

Gevoeligheid voor 1% afname van groeivoet op lange termijn

–0,3

0,1

Gevoeligheid voor 1% toename van groeivoet op lange termijn

0,5

0,8

Onderstaande tabel geeft de break-evenanalyse weer van de overwaarde voor Technology Solutions:

Disconteringsvoet

Groeivoet op lange termijn

Huidige assumptie

Break-even bij

Huidige assumptie

Break-even bij

6,7%

7,8%

1,0%

–0,2%

Test voor bijzondere waardevermindering 2018

Geen waardeverminderingsverliezen voor volledig geconsolideerde KGE’s

De testen voor bijzondere waardevermindering die op 31 december 2018 op KGE-niveau werden uitgevoerd, hebben niet geleid tot een bijzondere waardevermindering van activa, aangezien de realiseerbare waarde van de (groepen van) KGE’s hoger was dan hun boekwaarde. Meer specifiek: het verschil tussen de boekwaarde en de bedrijfswaarde van (groepen van) KGE’s vertegenwoordigde in alle gevallen meer dan 10% van hun boekwaarde. Voor deze (groepen van) KGE’s zou een redelijke wijziging in een sleutelveronderstelling waarop de realiseerbare waarde van de (groepen van) KGE’s is gebaseerd, niet leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies in de betreffende (groepen van) KGE’s.

Terugname van een waardevermindering voor een warmtekrachtkoppelingscentrale in Brazilië

Na verbeterde marktomstandigheden in 2018 is het bijzonder waardeverminderingsverlies in verband met de warmtekrachtkoppelingscentrale in Brazilië dat in 2016 was opgenomen teruggedraaid (€ 22 miljoen – Operationele Segment: Corporate & Business Services) – zie ook toelichting F5 Resultaten uit portefeuillebeheer en herevaluaties, historische saneringen en belangrijke juridische geschillen.

Resultaten van testen voor bijzondere waardeverminderingen voor KGE’s onder gezamenlijk zeggenschap

RusVinyl is een Russische joint venture in chloorvinyl (Operationeel Segment: Performance Chemicals) waarin Solvay een eigen vermogensbelang van 50% heeft en Sibur de andere 50% bezit.

De realiseerbare waarde van de investering is geschat op basis van een dividend verdisconteringsmodel dat rekening houdt met het nieuwste bedrijfsplan en is uiterst gevoelig voor de RUB/€-wisselkoers. Deze koers beïnvloedt de boekwaarde van de investering, de wisselkoersverliezen op de schuld in euro en bijgevolg het potentiële resultaat beschikbaar voor uitkering. De test voor bijzondere waardevermindering bevestigt dat de bedrijfswaarde (gebaseerd op het dividend verdisconteringsmodel) in lijn is met de boekwaarde.