Solvay
Geïntegreerd jaarverslag 2019

GRI Disclosures

In € miljoen

Personeels­beloningen

Her­structurering

Leefmilieu

Geschillen

Andere

Totaal

Op 31 december 2018

2.671

185

691

121

168

3.836

Toevoegingen

106

41

58

23

52

280

Terugnames van niet gebruikte bedragen

–13

–65

–8

–13

–27

–126

Gebruik

–337

–62

–81

–9

–24

–513

Disconteringseffect

69

 

40

–2

 

107

Herwaarderingen

182

 

 

 

 

182

Wisselkoersverschillen

23

1

5

 

1

29

Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop

–9

 

–2

 

3

–8

Andere

3

–2

 

–40

–39

–78

Op 31 december 2019

2.694

99

703

80

135

3.710

Waarvan kortlopende voorzieningen

 

33

79

5

73

190

Het gebruik (kasuitstroom) van € 513 miljoen omvat € 503 miljoen met betrekking tot voortgezette bedrijfsactiviteiten, waarvan € 337 miljoen voor personeelsbeloningen (met inbegrip van € 114 miljoen aan vrijwillige bijdragen), € 62 miljoen voor herstructureringsplannen en € 81 miljoen voor milieuaspecten. De terugnames van niet gebruikte bedragen omvatten de terugnames van de voorzieningen voor vergoedingen voor verwachte weigeringen om te verhuizen naar aanleiding van de beslissing om de geplande transfers van de teams gebaseerd in Parijs naar Lyon en Brussel stop te zetten (€ -48 miljoen). Het disconteringseffect omvat € 87 miljoen voor de stijging aan constant disconteringsvoet, en € 20 miljoen voor de wijziging van de disconteringsvoet. De lijn “Andere” stemt voornamelijk overeen met de herclassificatie van € 40 miljoen naar de andere langlopende verplichtingen naar aanleiding van de toepassing van IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten, en € 16 miljoen naar leaseverplichtingen met betrekking tot verlieslatende contracten als gevolg van de toepassing van IFRS 16 Leaseovereenkomsten.

De schuldafbouw komt overeen met het nettoverschil tussen:

  • uitbetaling (gebruik van € -513 miljoen) enerzijds; en
  • de som van de netto toename van nieuwe verplichtingen (€ 154 miljoen, zijnde toevoegingen minus terugnames van niet gebruikte bedragen) en de stijging als gevolg van discontering (€ 87 miljoen) tegen gelijkblijvende disconteringsvoet anderzijds.

De afbouw van de voorzieningen bedroeg € 272 miljoen. Dit bedrag is hoger dan voorgaande jaren voornamelijk door een vrijwillige bijdrage aan pensioenplannen in het Verenigd Koninkrijk voor € 114 miljoen bovenop de verplichte pensioenbijdragen. Deze vrijwillige bijdrage zal een gedeeltelijke beperking van de risico’s verbonden aan de pensioenplannen en een vermindering van de recurrente pensioenbijdragen op middellange termijn tot gevolg hebben.

Het management verwacht dat de voorzieningen (behalve de personeelsbeloningen) als volgt zullen worden gebruikt (uitstroom van geldmiddelen):

in € miljoen

Tot 5 jaar

Tussen 5 en 10 jaar

Na 10 jaar

Totaal

Voorzieningen voor leefmilieu

312

115

275

702

Voorzieningen voor geschillen

74

6

 

80

Voorzieningen voor herstructurering en overige voorzieningen

207

22

5

233

Op 31 december 2019

593

143

280

1.015

F34.A. Voorzieningen voor personeelsbeloningen

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Aan de werknemers van de Groep worden verschillende personeelsbeloningen na uitdiensttreding, andere beloningen op lange termijn en opzegvergoedingen aangeboden als gevolg van de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn in bepaalde landen en de contractuele akkoorden afgesloten tussen de Groep en haar werknemers of uit hoofde van feitelijke verplichtingen.

De beloningen na uitdiensttreding worden gerangschikt als toegezegde-bijdragenregelingen of toegezegd-pensioenregelingen.

Toegezegde-bijdragenregelingen

Toegezegde-bijdragenregelingen betreffen de betaling van vaste bijdragen aan een afzonderlijke entiteit, waardoor de werkgever vrijgesteld wordt van alle toekomstige verplichtingen, aangezien deze afzonderlijke entiteit als enige verantwoordelijk is voor de verschuldigde bedragen aan de werknemer. De kost wordt opgenomen wanneer een personeelslid tijdens de periode diensten heeft geleverd aan de Groep.

Toegezegd-pensioenregelingen

Toegezegd-pensioenregelingen zijn alle andere regelingen dan toegezegde-bijdragenregelingen, en bevatten onder meer:

  • personeelsbeloningen na uitdiensttreding: pensioenplannen, andere verplichtingen na uitdiensttreding en aanvullende beloningen zoals ziektekostenregelingen na uitdiensttreding;
  • andere personeelsbeloningen op lange termijn: beloningen voor lange diensttijd, toegekend aan werknemers op basis van hun anciënniteit in de Groep;
  • opzegvergoeding zoals regelingen voor vervroegd pensioen.

Rekening houdend met de geprojecteerde eindsalarissen op individuele basis worden de personeelsbeloningen na uitdiensttreding gewaardeerd aan de hand van een methode (“projected unit credit”-methode) die uitgaat van veronderstellingen in verband met de disconteringsvoet, de levensverwachting, het personeelsverloop, salarissen, jaarlijkse herwaarderingen en de prijsstijging van medische kosten. De veronderstellingen die specifiek zijn voor elke regeling, houden rekening met de lokale economische en demografische situaties.

De disconteringsvoet is de rente op bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen zullen worden uitbetaald en die een looptijd hebben die de termijn van de pensioenverplichting in kwestie benadert.

Het opgenomen bedrag voor verplichtingen uit hoofde van beloningen na uitdiensttreding stemt overeen met het verschil tussen de contante waarde van de toekomstige verplichtingen en de reële waarde van de fondsbeleggingen die het plan moeten financieren, indien aanwezig. Als deze berekening een tekort oplevert, wordt er een verplichting opgenomen aan passiefzijde. Omgekeerd wordt er een nettoactief opgenomen, dat echter beperkt is tot de laagste waarde van het surplus van de toegezegd-pensioenregeling of de contante waarde van alle toekomstige terugbetalingen van het stelsel en alle verlagingen van toekomstige bijdragen.

De kosten uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen bestaan uit de pensioenkosten en de nettorentelasten (op basis van de disconteringsvoet) op het nettoactief of -verplichting, die beide opgenomen worden in winst of verlies, en de herwaarderingen van dit nettoactief of -verplichting, die worden opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat.

De pensioenkosten omvatten aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, pensioenkosten van verstreken diensttijd die resulteren uit een wijziging of inperking van de regeling en de eventuele winst of verlies bij afwikkeling.

De rentekosten uit het verloop van de discontering van de pensioenverplichtingen, de financiële opbrengsten uit de fondsbeleggingen (bepaald door de reële waarde van de fondsbeleggingen te vermenigvuldigen met de disconteringsvoet) en de rente op de gevolgen van het actiefplafond worden op nettobasis opgenomen in de netto financieringskosten (disconteringskosten van voorzieningen).

Herwaarderingen van nettoactiva of -passiva omvatten:

  • actuariële winsten en verliezen op verplichtingen uit hoofde van pensioenrechten als gevolg van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen (inclusief het effect van een wijziging van de disconteringsvoet) opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat;
  • wijzigingen als gevolg van planwijzigingen, opgenomen in de winst- en verliesrekening;
  • het rendement van de fondsbeleggingen (exclusief netto rentebedragen) en wijzigingen in de beperking van het opgenomen nettoactief.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen en opzegvergoedingen worden op dezelfde manier opgenomen als beloningen na uitdiensttreding, maar herwaarderingen worden integraal opgenomen in de netto financieringskosten in de periode waarin ze zich voordoen.

De actuariële berekeningen van de belangrijkste verplichtingen uit hoofde van beloningen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen worden door onafhankelijke actuarissen uitgevoerd.

Overzicht

In € miljoen

2019

2018

Personeelsbeloningen na uitdiensttreding

2.498

2.490

Andere langlopende personeelsbeloningen

145

132

Ontslagvergoedingen

52

50

Totaal personeelsbeloningen

2.694

2.671

Personeelsbeloning na uitdiensttreding

A. Toegezegde-bijdragenregelingen

Voor deze regelingen betaalt Solvay bijdragen aan publiek of privaat beheerde pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Voor 2019 bedroegen de kosten € 62 miljoen vergeleken met € 58 miljoen in 2018.

B. Toegezegd-pensioenregelingen

Toegezegd-pensioenregelingen worden ofwel van buitenaf gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen (“gefinancierde regeling”), ofwel gefinancierd binnen de Groep (“niet-gefinancierde regeling”). De niet-gefinancierde regelingen hebben geen fondsbeleggingen.

De nettoverplichting is het nettobedrag van de voorzieningen en het overschot op de fondsbeleggingen.

In € miljoen

2019

2018

Voorzieningen

2.498

2.490

Fondsbeleggingen overschot

–23

–5

Nettoverplichtingen

2.475

2.485

Operationele kosten

56

31

Financiële kosten

57

51

In de bedrijfslasten zijn de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten opgenomen van € 44 miljoen (€ 47 miljoen in 2018).

B.1. Risicobeheer

De laatste jaren heeft de Groep de risicoblootstelling van toegezegd-pensioenregelingen beperkt door de bestaande pensioenplannen om te zetten in pensioenplannen met een lager risicoprofiel (hybride plannen, plannen met cashsaldo, toegezegde-bijdragenregelingen) of door deze te sluiten voor nieuwe begunstigden.

Solvay volgt de risico’s voor de Groep permanent op, in het bijzonder voor de volgende risico’s:

Volatiliteit van activa

Eigen-vermogensinstrumenten brengen volatiliteit en risico’s op korte termijn met zich mee, ondanks dat ze op lange termijn doorgaans wel een hoger rendement opleveren dan bedrijfsobligaties. Om dit risico te beperken, wordt het aandelensegment nauwlettend opgevolgd met ALM-technieken (Asset and Liability Management) om ervoor te zorgen dat het blijft overeenstemmen met de betreffende regelingen en met de doelstellingen op lange termijn van de Groep.

Wijzigingen in obligatierendementen

Een verlaging van de rente op bedrijfsobligaties zal de boekwaarde van de verplichtingen van het plan verhogen. Bij gefinancierde regelingen wordt dit deels gecompenseerd door een verhoging van de waarde van de obligaties in de portefeuille.

Inflatierisico

De verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen hangen af van de inflatie en een hogere inflatie leidt tot hogere verplichtingen (hoewel er in de meeste gevallen bovengrenzen zijn aan de inflatiestijgingen om de regeling te beschermen tegen extreme inflatie). Slechts een beperkt deel van de activa wordt niet getroffen door inflatie of is er nauwelijks mee gecorreleerd, wat betekent dat een stijging van de inflatie ook de nettoverplichtingen in de plannen zal doen toenemen.

Levensverwachting

De meeste verplichtingen van de beloningsregelingen zijn bedoeld om de deelnemer voor de rest van zijn leven een vergoeding te verschaffen. Een stijgende levensverwachting leidt op die manier tot een toename van de verplichtingen.

Risico in verband met regelgeving

Voornamelijk voor gefinancierde regelingen staat de Groep bloot aan het risico van externe financiering als gevolg van door toezichthouders opgelegde beperkingen. Dit zou geen impact mogen hebben op de verplichtingen in toegezegd-pensioenregelingen maar kan de Groep mogelijk blootstellen aan een aanzienlijke uitstroom van kasmiddelen.

Voor meer informatie over het risicobeheer van de Solvay-groep kunt u het gedeelte “Risicobeheer” van dit verslag nalezen.

B.2 Beschrijving van de verplichtingen

Deze voorzieningen zijn bedoeld voor de beloningen na uitdiensttreding. Dit gebeurt in het merendeel van de bedrijven van de Groep, ofwel in de geest van de plaatselijke regelgeving, ofwel op basis van gevestigde gewoonten die feitelijke verplichtingen meebrengen.

De belangrijkste pensioenplannen in 2019 zijn gesitueerd in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en België. Deze vijf landen vertegenwoordigen 94% van de totale verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen.

2019
In € miljoen

Verplichtingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

In %

Opgenomen fonds­beleggingen

Netto­verplichtingen

In %

Ratio fonds­beleggingen op verplichtingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

Verenigd Koninkrijk

1.680

30%

1.423

256

10%

85%

Verenigde Staten

1.406

26%

1.134

272

11%

81%

Frankrijk

1.113

20%

 

1.113

45%

0%

Duitsland

576

11%

 

576

23%

0%

België

400

7%

274

126

5%

68%

Andere landen

336

6%

204

132

5%

61%

Totaal

5.511

100%

3.035

2.475

100%

55%

2018
In € miljoen

Verplichtingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

In %

Opgenomen fonds­beleggingen

Netto­verplichtingen

In %

Ratio fonds­beleggingen op verplichtingen voor toegezegd-pensioen­regelingen

Verenigd Koninkrijk

1.530

31%

1.124

406

16%

73%

Verenigde Staten

1.271

25%

981

290

12%

77%

Frankrijk

1.021

20%

1

1.020

41%

0%

Duitsland

520

10%

 

520

21%

0%

België

385

8%

242

143

6%

63%

Andere landen

294

6%

188

106

4%

64%

Totaal

5.022

100%

2.536

2.485

100%

51%

Het is goed aan te geven dat niet-gefinancierde plannen - met name in Duitsland en Frankrijk - 68% van de nettoverplichting in 2019 voor hun rekening nemen. Zie de opmerkingen per land hieronder.

Verenigd Koninkrijk

Solvay financiert enkele toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk, waarvan de belangrijkste het Rhodia-pensioenfonds is. Dit is een gefinancierde pensioenregeling die gebaseerd is op het eindsalaris en die recht geeft op een percentage van het salaris per dienstjaar. Het werd afgesloten voor nieuwe deelnemers in 2003 en vervangen door een toegezegde-bijdrageregeling.

Algemeen genomen zijn ongeveer 8% van de verplichtingen toerekenbaar aan de huidige werknemers, 27% aan ex-medewerkers en 65% aan huidige gepensioneerden.

Het fonds werkt in overeenstemming met de Britse wetgeving, en valt onder een uitgebreid regelgevend kader. De Pensions Regulator (bevoegde autoriteit voor pensioenen) hanteert een risicogebaseerde benadering tot regelgeving en een werkwijze die praktische begeleiding verstrekt voor beheerders van en werkgevers met toegezegd-pensioenregelingen over de manier waarop aan de financieringsvereisten van de regeling voldaan moet worden. Volgens de Britse wetgeving is het fonds onderworpen aan regelingspecifieke financiering die vereist dat pensioenregelingen conservatief gefinancierd worden.

Het Britse Rhodia-pensioenfonds wordt bestuurd door een beheerraad. De beheerraad beheert het fonds met voorzichtigheid en billijkheid. De beheerders bepalen welke financiële verplichtingen er gelden voor de statutaire financieringsdoelstellingen op basis van voorzichtige actuariële en economische veronderstellingen. Elk tekort dat overblijft na aftrek van de fondsbeleggingen van de pensioenverplichting moet met bijkomende bijdragen worden verminderd binnen een termijn die aansluit bij het betalingsvermogen van de werkgever en de garanties uit hoofde van de overeenkomst of de voorwaardelijke zekerheden die worden geboden door de werkgever.

Het Rhodia-pensioenfonds wordt driejaarlijks gewaardeerd op het vlak van financiering. Deze waardering wordt uitgevoerd door de actuaris van de regeling overeenkomstig de Britse regelgeving, en ze wordt besproken met de beheerders en betalende werkgever om tot waarderingsveronderstellingen en een financieringsplan te komen. De laatste waardering gebeurde op 1 januari 2018 en leidde tot het vastleggen van een vaste pensioensbijdrage voor actieve leden plus een herstelplan voor tekorten om de regeling te voorzien van financiering overeenkomstig de technische bepalingen voor een bepaalde termijn. Herstelpremies zijn gestegen zodat het plan naar verwachting eind 2027 volledig gefinancierd zal zijn, conform de lokale wet- en regelgeving. Op het einde van 2019 werd een vrijwillige bijdrage betaald (€ 114 miljoen), wat overeenstemt met de verwachte jaarlijkse bijdrage voor de volgende vier jaar.

De garantie die verstrekt wordt door Solvay (£ 550 miljoen) is gebaseerd op de lokale wet- en regelgeving en overtreft de opgenomen verplichting (€ 216 miljoen) – Zie toelichting F39 Voorwaardelijke verplichtingen en financiële garanties voor meer informatie.

Frankrijk

Solvay financiert verschillende toegezegd-pensioenregelingen in Frankrijk. De belangrijkste plannen zijn de Franse verplichte pensioenregeling en drie gesloten plannen voor hoge inkomens. Inderdaad, zoals vereist door de “Loi Pacte” werd het open pensioenplan voor hoge inkomens (het zogenaamde “ARS”) gesloten op het einde van 2019 en vervangen door een toegezegde-bijdragenregeling.

Het belangrijkste pensioenplan is voor alle huidige en gepensioneerde werknemers van het vroegere Rhodia die bijdroegen tot het plan tot aan de sluiting ervan in de jaren ‘70. Het biedt een garantie op een volledige vergoeding op basis van het salaris op het einde van de loopbaan. Dit plan is niet gefinancierd en ongeveer 99% van de verplichtingen zijn toewijsbaar aan huidige gepensioneerden.

Conform de Franse wetgeving zijn gepaste waarborgen verleend.

Verenigde Staten

Sinds eind 2019 financiert Solvay vijf verschillende toegezegd-pensioenregelingen in de Verenigde Staten (twee gekwalificeerde plannen en drie niet-gekwalificeerde plannen). Een gekwalificeerd plan is een door de werkgever betaald pensioenplan dat conform sectie 401(a) van de Amerikaanse Internal Revenue Code in aanmerking komt voor een bijzondere fiscale behandeling. Op dit moment zijn alle toegezegd-pensioenregelingen gesloten voor nieuwe deelnemers; nieuwe medewerkers komen in aanmerking voor deelname aan een toegezegde-bijdragenregeling. Opgemerkt moet worden dat de twee gekwalificeerde toegezegd-pensioenregelingen gefinancierd zijn terwijl de drie niet-gekwalificeerde toegezegd-pensioenregelingen niet-gefinancierd zijn. De gekwalificeerde plannen maken het grootste deel uit van de pensioenverplichtingen per 31 december 2019.

De regelingen van Solvay voldoen aan de lokale wetgeving inzake geauditeerde jaarrekeningen, neerlegging bij de overheid en Pension Benefit Guaranty Corporation-verzekeringspremies indien van toepassing. De regelingen worden lokaal nagekeken en opgevolgd door fiduciaire comités met het oog op investeringen met betrekking tot de regeling en administratieve zaken.

Voor de gekwalificeerde Amerikaanse regelingen houden de bijdragen van Solvay rekening met de minimale (fiscaal aftrekbare) financieringsvereisten en de maximale fiscaal aftrekbare bijdragen, die beide geregeld worden door de fiscus.

Bepaalde deelnemers kunnen er ook voor kiezen om hun pensioen in één enkel bedrag uitgekeerd te krijgen in plaats van maandelijks.

Algemeen genomen zijn ongeveer 27% van de verplichtingen toerekenbaar aan de huidige werknemers, 9% aan ex-medewerkers waarvoor de uitbetaling van de vergoedingen nog niet begonnen is, en 64% aan huidige gepensioneerden.

In 2019 heeft Solvay in de Verenigde Staten bijgedragen aan twee collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers in het kader van collectieve arbeidsovereenkomsten waar sommige, door de vakbond vertegenwoordigde personeelsleden onder vallen. Elke collectieve pensioenregeling van meerdere werkgevers is een toegezegd-pensioenregeling. In geen enkele van de collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers worden activa, verplichtingen of kosten toegewezen aan werkgevers die bijdragen. Voor geen enkele collectieve pensioenregeling van meerdere werkgevers is er voldoende informatie beschikbaar om Solvay, of andere werkgevers die bijdragen, toe te laten om de regeling administratief te verwerken als een toegezegd-pensioenregeling. Bijgevolg wordt het belang in elk van de collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers administratief verwerkt alsof het een toegezegde-bijdragenregeling betreft. In 2019 en 2018 betaalde Solvay minder dan € 1 miljoen als jaarlijkse bijdrage aan collectieve pensioenregelingen van meerdere werkgevers.

Duitsland

Solvay financiert verschillende toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland De belangrijkste regelingen zijn een gesloten eindloonregeling en een open kassaldoregeling. Zoals gewoonlijk in Duitsland zijn al deze regelingen niet-gefinancierd. Ongeveer 64% van de verplichtingen is toe te wijzen aan huidige gepensioneerden.

België

Solvay financiert twee toegezegd-pensioenregelingen in België. Het betreft gefinancierde pensioenregelingen. De regeling voor het management is sinds eind 2006 gesloten en de regeling voor arbeiders en bedienden sinds 2004. De vergoedingen voor verstreken diensttijd die uitbetaald worden onder deze regelingen worden elk jaar aangepast aan de jaarlijkse loonstijgingen en de inflatie (‘Dynamisch beheer’). Conform de marktpraktijk in België worden de meeste vergoedingen vanwege de gunstige fiscaliteit voor vaste pensioenuitkeringen uitbetaald in de vorm van een eenmalige uitkering.

Daarnaast sponsort Solvay twee open toegezegde-bijdrageregelingen, om boekhoudkundige redenen opgenomen als toegezegd-pensioenregelingen vanwege de minimum garanties zoals hieronder toegelicht. Dit zijn gefinancierde pensioenregelingen die geopend zijn sinds begin 2007 wat betreft de regeling voor het management en sinds begin 2005 wat betreft de regeling voor arbeiders en bedienden. Deelnemers kunnen ervoor kiezen om hun bijdragen te investeren in vier verschillende beleggingsfondsen (van “Conservatief” tot “Dynamisch”). Maar, wat ze ook kiezen, de Belgische wet bepaalt momenteel dat de werkgever een rendement op de werkgeversbijdrage en op de persoonlijke bijdrage moet garanderen, wat op die manier een potentiële verplichting voor de onderneming doet ontstaan. Sinds 2016 is het rendement voor de twee verschillende bijdragen vastgelegd op 1,75%, het minimum van de sinds 1 januari 2016 wettelijk vastgelegde bandbreedte (1,75% tot 3,75%). Op het einde van 2019 waren de netto-verplichtingen ten aanzien van deze plannen zoals opgenomen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie niet van materieel belang.

De regelingen van Solvay worden beheerd door het Solvay Pensioenfonds, dat werkt volgens de lokale wetgeving voor wat de minimale financiering, de investeringsprincipes, geauditeerde jaarrekeningen, neerlegging bij de overheid en bestuursprincipes betreft. Het Pensioenfonds wordt beheerd door een algemene vergadering en een raad van bestuur die de dagelijkse activiteiten delegeert aan een operationeel comité.

Solvay financiert nog een aantal kleinere pensioenplannen. Al deze plannen zijn verzekerd.

Overige regelingen

De meeste van deze verplichtingen hebben betrekking op pensioenregelingen. In sommige landen (voornamelijk de Verenigde Staten) zijn er ook ziektekostenregelingen voorzien voor na uitdiensttreding, die 6% van de totale verplichtingen in toegezegd-pensioenregelingen uitmaken.

B.3 Financiële gevolgen

Wijzigingen in nettoverplichting

In € miljoen

2019

2018

Opgenomen nettobedrag bij aanvang periode

2.485

2.622

Nettokost in resultaat opgenomen – Toegezegd-pensioenregelingen

113

82

Reële bijdrage van de werkgever/directe betaalde voordelen

–308

–196

Verwervingen en vervreemdingen

 

–8

Herwaarderingen voor de impact van het actiefplafond

167

–25

Wijzigingen van de impact van het actiefplafond op herwaarderingen

–1

–1

Overboekingen

1

4

Wisselkoersverschillen

22

7

Overboeking naar (verplichtingen in verband met) activa aangehouden voor verkoop

–4

 

Opgenomen nettobedrag op einde periode

2.475

2.485

Herwaarderingen voor de invloed van het actiefplafond ten bedrage van € 167 miljoen bestaan uit:

  • het positieve rendement van fondsbeleggingen (exclusief interesten opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening) voor € -327 miljoen;
  • daling van de disconteringsvoet (€ 584 miljoen) in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de eurozone;
  • daling van de inflatie (€ -38 miljoen) in het Verenigd Koninkrijk; en
  • overige herwaarderingen als gevolg van wijzigingen in de overige financiële veronderstellingen alsmede demografische en ervaringseffecten (€ -52 miljoen).
Nettokosten

In € miljoen

2019

2018

Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten

44

47

Pensioenkosten van verstreken diensttijd (waaronder inperkingen)

8

–26

Toegerekende pensioenkosten

52

20

Rentekosten

144

135

Rente opbrengsten

–87

–84

Netto rentekosten

57

51

Administratieve kosten betaald

4

11

Netto kost opgenomen in de winst- en verliesrekening – Toegezegd-pensioenregeling

113

82

Herwaarderingen opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat

166

–26

De toegerekende pensioenkosten en de administratieve kosten van deze pensioenregelingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als kostprijs van de omzet, als commerciële en administratieve kosten, als kosten voor onderzoek & ontwikkeling, als operationele winsten en verliezen of als resultaten uit historische sanering. De netto-interesten worden opgenomen als financiële lasten.

In 2019 bedragen de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten van de Groep € 44 miljoen, waarvan € 29 miljoen verbonden aan gefinancierde regelingen en € 15 miljoen aan niet-gefinancierde regelingen.

In 2018 bedroegen de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten van de Groep € 47 miljoen, waarvan € 31 miljoen voor gefinancierde regelingen en € 16 miljoen voor niet-gefinancierde regelingen. In de pensioenkosten van verstreken diensttijd is voornamelijk de gunstige invloed meegenomen van wijzigingen in de zorg- en overlijdensrisicoverzekeringen na de uitdiensttreding in de Verenigde Staten (€ 24 miljoen), een inperkingseffect (€ 15 miljoen) vooral in Frankrijk en België, gecompenseerd door een ongunstige invloed van het gegarandeerd minimum pensioen in het VK van € 16 miljoen.

Nettoverplichting

In € miljoen

2019

2018

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen – Gefinancierde regelingen

3.500

3.200

Reële waarde van fondsbeleggingen op het einde van de periode

–3.040

–2.542

Financieringstekort voor gefinancierde regelingen

460

658

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen – Niet gefinancierde regelingen

2.011

1.822

Tekort/overschot (–)

2.471

2.481

Niet als activa opgenomen, tengevolge van het vastleggen van het actiefplafond (opgenomen in andere elementen van het totaalresulttat)

4

5

Nettoverplichting (nettoactief)

2.475

2.485

Verplichting opgenomen

2.498

2.490

Actief opgenomen

–23

–5

Wijzigingen in verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen

In € miljoen

2019

2018

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen bij aanvang periode

5.022

5.349

Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten

44

47

Pensioenkosten van verstreken diensttijd (waaronder inperkingen)

8

–26

Rentekosten

144

135

Reële bijdrage van de werknemer

5

4

Afwikkeling van regelingen

 

–8

Verwervingen en vervreemdingen (–)

 

–8

Herwaarderingen in andere elementen van het totaalresultaat

494

–209

Winsten en verliezen met betrekking tot veranderingen in de demografische veronderstellingen

–20

–45

Winsten en verliezen met betrekking tot veranderingen in de financiële veronderstellingen

511

–139

Winsten en verliezen met betrekking tot ervaring

2

–26

Betaalde voordelen

–308

–296

Wisselkoersverschillen

105

29

Overboekingen en andere bewegingen

3

4

Overboeking van/naar (verplichtingen in verband met) activa aangehouden voor verkoop

–5

2

Verplichtingen voor toegezegd-pensioenregelingen bij einde periode

5.511

5.022

Verplichtingen toegezegd-pensioenregelingen – Gefinancierde regelingen

3.500

3.200

Verplichtingen toegezegd-pensioenregelingen – Niet-gefinancierde regelingen

2.011

1.822

Wijzigingen in reële waarde van de fondsbeleggingen

In € miljoen

2019

2018

Reële waarde van fondsbeleggingen bij aanvang periode

2.542

2.733

Rente opbrengsten

87

84

Herwaarderingen in andere elementen van het totaalresultaat

327

–185

Bijdragen van de werkgever

308

196

Bijdragen van de werknemer

5

4

Administratieve kosten betaald

–4

–11

Afwikkeling van regelingen

 

–8

Betaalde voordelen

–308

–296

Wisselkoersverschillen

83

23

Overboekingen en andere bewegingen

2

 

Overboeking van/naar (verplichtingen in verband met) activa aangehouden voor verkoop

–1

1

Reële waarde van de fondsbeleggingen bij einde periode

3.040

2.542

Reëel rendement van de fondsbeleggingen

414

–101

Het totale rendement van de fondsbeleggingen, inclusief rentebaten, bedraagt in 2019 € 414 miljoen tegen € -101 miljoen in 2018.

In 2019 bedragen de bijdragen in geldmiddelen van de Groep € 308 miljoen, waarvan € 107 miljoen voor verplichte bijdragen aan fondsen, € 114 miljoen voor vrijwillige bijdragen en € 87 miljoen voor rechtstreeks uitgekeerde beloningen. De vrijwillige bijdragen werden uitgevoerd om de financieringsniveaus van het Rhodia Pension Fund in het Verenigd Koninkrijk te verbeteren.

De bijdragen in geldmiddelen bedroegen in 2018 € 196 miljoen, waarvan € 95 miljoen betrekking had op verplichte bijdragen aan fondsen en € 101 miljoen op rechtstreeks uitgekeerde beloningen.

Behoudens eventuele ingrijpende wijzigingen in het regelgevend kader (zie ‘Risico in verband met de regelgeving’ hierboven), zullen de verplichte bijdragen in geldmiddelen van de Groep in 2020 naar verwachting dalen tot ongeveer € 129 miljoen, en de vrijwillige bijdragen zullen naar verwachting € 435 miljoen bedragen (€ 380 miljoen in Frankrijk en € 55 miljoen in de Verenigde Staten). De verwachte daling van de verplichte bijdragen in 2020 zijn te wijten aan de maatregelen ondernomen door de Groep met betrekking tot het beheer van de financiering van de pensioenen.

Categorieën fondsbeleggingen

 

2019

2018

Aandelen

37%

36%

Obligaties

49%

57%

Vastgoed

0%

1%

Geldmiddelen en kasequivalenten

4%

2%

Afgeleide financiële instrumenten

6%

0%

Andere

4%

3%

Totaal

100%

100%

Wat de geïnvesteerde activa betreft, dient opgemerkt te worden dat deze activa geen directe beleggingen bevatten in aandelen van de Solvay Groep of in andere activa die in het bezit zijn van of gebruikt worden door Solvay. Dit wil niet zeggen dat er geen Solvay-aandelen kunnen opgenomen zijn in beleggingsfondsen en dergelijke.

Wijzigingen in actiefplafond

In € miljoen

2019

2018

Impact van de beperkingen van het actiefplafond bij aanvang periode

5

6

Wijzigingen van de impact van de beperkingen van het actiefplafond op herwaarderingen

–1

–1

Impact van de beperkingen van het actiefplafond bij einde periode

4

5

Actuariële veronderstellingen gebruikt voor de bepaling van de verplichting

Een aantal pensioenplannen binnen Solvay keert een lijfrente uit die periodiek wordt aangepast om het effect van de stijgende kosten voor levensonderhoud te beperken.

De veronderstelde salarisgroei wordt gebruikt om te bepalen wat het salaris aan het einde van de loopbaan zal zijn, aangezien de toegezegd-pensioenregelingen gebaseerd zijn op het laatste salaris van een medewerker. De invloed van inflatie en loonsverhogingen worden in deze veronderstelling meegenomen.

De veronderstelling wat pensioengroei betreft bepaalt de verwachte toekomstige aanpassingen voor deze lijfrente-uitkeringen. In het plan wordt gedefinieerd hoe deze lijfrente-uitkeringen worden aangepast en eventueel verbonden zijn aan inflatie. Veronderstellingen wat pensioengroei betreft zijn vooral van toepassing op de toegezegd-pensioenregelingen in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland.

Veronderstellingen van de inflatie worden apart weergegeven, aangezien schattingen wat salaris- en pensioengroei betreft meer variabelen bevatten dan inflatie.

 

Eurozone

Verenigd Koninkrijk

Verenigde Staten

In %

2019

2018

2019

2018

2019

2018

Disconteringsvoet

0,75

1,75

2,00

2,75

3,00

4,00

Verwachte toekomstige loonsverhogingen

1,75 – 3,75

1,75 – 4,00

1,90 – 3,00

2,15 – 3,25

3,00 – 3,75

3,00 – 3,75

Inflatie

1,75

1,75 – 2,00

3,00

3,25

2,25

2,25

Verwachte toekomstige pensioenverhogingen

0,00 – 1,75

0,00 – 2,00

2,85

3,10

NA

NA

Actuariële veronderstellingen gebruikt voor de bepaling van de jaarlijkse kosten

 

Eurozone

Verenigd Koninkrijk

Verenigde Staten

In %

2019

2018

2019

2018

2019

2018

Disconteringsvoet

1,75

1,50

2,75

2,50

4,00

3,50

Verwachte toekomstige loonsverhogingen

1,75 – 4,00

1,75 – 4,00

2,15 – 3,25

2,15 – 3,25

3,00 – 3,75

3,00 – 3,75

Inflatie

1,75 – 2,00

1,50 – 1,75

3,25

3,25

2,25

2,25

Verwachte toekomstige pensioenverhogingen

0,00 – 2,00

0,00 – 1,75

3,10

3,10

NA

NA

Actuariële veronderstellingen met betrekking tot de toekomstige levensverwachting zijn gebaseerd op landspecifieke sterftetabellen. Deze veronderstellingen komen per 1 januari 2019 bij pensionering aan 65 jaar neer op een gemiddelde levensverwachting in jaren van:

In jaar

België

Frankrijk

Duitsland

Verenigd
Koninkrijk

Verenigde
Staten

Pensioen aan het einde van het periode

Mannelijk

18

24

20

20

20

Vrouwelijk

21

28

24

23

22

Pensioen na 20 jaren na het einde van het periode

Mannelijk

18

27

23

21

21

Vrouwelijk

21

31

26

24

23

In de meeste landen geven de veronderstellingen met betrekking tot levensverwachting de ervaring van het plan en/of Solvay’s verwachtingen in termen van toekomstige verbetering van de levensverwachting weer.

De actuariële veronderstellingen bij het bepalen van de verplichtingen inzake personeelsbeloningen per 31 december zijn gebaseerd op de volgende looptijden van de verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen:

 

Eurozone

Verenigd Koninkrijk

Verenigde Staten

Looptijd in jaren

11,8

15,0

9,7

Sensitiviteit van de verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen

Elke sensitiviteit wordt berekend ervan uitgaande dat alle overige veronderstellingen gelijkblijven. Opgemerkt moet worden dat economische factoren en omstandigheden vaak tegelijkertijd van invloed zijn op verschillende veronderstellingen.

Sensitiviteitsanalyse voor verandering in het percentage van de disconteringsvoet:

In € miljoen

0,25% toename

0,25% afname

Eurozone

–61

63

Verenigd Koninkrijk

–60

63

Verenigde Staten

–33

34

Andere landen

–6

6

Totaal

–160

166

Sensitiviteitsanalyse voor verandering in het percentage van het inflatieniveau:

In € miljoen

0,25% toename

0,25% afname

Eurozone

54

–53

Verenigd Koninkrijk

46

–45

Verenigde Staten

 

 

Andere landen

5

–4

Totaal

105

–102

Sensitiviteitsanalyse voor verandering in het percentage van de salarisgroei:

In € miljoen

0,25% toename

0,25% afname

Eurozone

13

–12

Verenigd Koninkrijk

3

–3

Verenigde Staten

1

–1

Andere landen

1

–1

Totaal

18

–17

Sensitiviteitsanalyse voor verandering met één jaar in de sterftetabellen - De tabel geeft de impacten weer wanneer de leeftijd van alle rechthebbenden met 1 jaar toe/afneemt:

In € miljoen

+1 jaar toename

–1 jaar afname

Eurozone

–85

87

Verenigd Koninkrijk

–68

69

Verenigde Staten

–32

33

Andere landen

–9

9

Totaal

–194

198

F34.B. Voorzieningen andere dan voor de personeelsbeloningen

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Voorzieningen worden opgenomen indien (a) de Groep op balansdatum een huidige (wettelijke of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, (b) het waarschijnlijk is dat de Groep deze verplichting zal moeten vereffenen, en (c) het bedrag van de verplichting op een betrouwbare manier kan geschat worden.

Het bedrag opgenomen als een voorziening is de beste schatting van de uitgave nodig om aan de bestaande verplichting te voldoen op het einde van de verslagperiode, rekening houdend met de risico’s en onzekerheden verbonden aan de verplichting. Als het effect van de tijdswaarde van geld aanzienlijk is, is dit bedrag de contante waarde van de nodige kasstromen om deze verplichting af te wikkelen. Het effect van wijzigingen in de disconteringsvoet wordt in principe opgenomen in het financieel resultaat.

Indien sommige of alle economische voordelen die vereist zijn om een voorziening af te wikkelen naar verwachting op een derde partij zullen worden verhaald, dient een vordering te worden opgenomen als actief indien het vrijwel zeker is dat dit bedrag zal worden terugbetaald wanneer de Groep haar verplichting afwikkelt.

Verlieslatende contracten

Een verlieslatend contract is een contract waarbij de onvermijdelijke kosten die nodig zijn om de verplichtingen uit hoofde van het contract na te komen, hoger liggen dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract worden ontvangen. Huidige verplichtingen voortvloeiend uit verlieslatende contracten worden opgenomen en gewaardeerd als voorzieningen.

Herstructureringen

Een voorziening voor herstructurering wordt enkel opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel plan voor de herstructurering heeft ontwikkeld en bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat zij de herstructurering zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijke kenmerken ervan mee te delen aan de betrokkenen. Een voorziening voor herstructurering omvat enkel uitgaven die noodzakelijk zijn voor de herstructurering en geen verband houden met de lopende activiteiten van de entiteit.

Leefmilieuverplichtingen

Solvay analyseert tweemaal per jaar alle leefmilieurisico’s en de daarmee verband houdende voorzieningen. Solvay waardeert deze voorzieningen op basis van haar kennis van de toepasselijke reglementeringen, de aard en de omvang van de vervuiling, de saneringstechnieken en andere beschikbare informatie. Beoordelingen van de leefmilieurisico’s met betrekking tot PFAS (per- en polyfluoroalkyl substanties) zijn gebaseerd op de kennis van het management en in overeenstemming met de toepasselijke standaarden. Dit is ook consistent met onze vroegere praktijken en brede historische ervaring met andere leefmilieu-aangelegenheden.

Voorzieningen voor herstructurering

Deze voorzieningen bedragen € 99 miljoen, tegen € 185 miljoen eind 2018.

De voorzieningen op het einde van 2019 hebben voornamelijk betrekking op het vereenvoudigings- en transformatieprogramma van de Groep (€ 85 miljoen).

Milieuvoorzieningen

Deze voorzieningen bedroegen € 703 miljoen eind 2019, tegen € 691 miljoen eind 2018, en hebben betrekking op:

  • mijnen en booroperaties, voor zover de wetgeving en/of exploitatievergunningen in verband met mijnen en booroperaties in een verplichting tot schadevergoeding aan derden voorzien. Het merendeel van deze voorzieningen, die aangelegd worden op basis van lokale expertise, zullen naar verwachting binnen een periode van 1 tot 20 jaar aangewend worden en bedragen € 149 miljoen;
  • de ontmanteling van de laatste elektrolyse-activiteiten, die in 2019 zijn afgerond. De resterende voorzieningen die betrekking hadden op deze activiteiten zullen gebruikt worden voor de aanpak van bodem- en grondwaterverontreiniging, merendeels gedurende de komende 20 jaar;
  • kalkputten (bezinkingsvijvers die vooral verband houden met een natriumcarbonaatfabriek), stortplaatsen (eigen en van derden), verbonden aan verschillende industriële activiteiten. Deze voorzieningen hebben een tijdshorizon van 1 tot 20 jaar; en
  • verschillende soorten vervuiling (organisch en niet-organisch) als gevolg van diverse chemische producties: deze voorzieningen dekken voornamelijk beëindigde activiteiten of gesloten fabrieken. De meeste van deze voorzieningen hebben een tijdshorizon van 1 tot 20 jaar.

De geschatte bedragen worden verdisconteerd op basis van de waarschijnlijke afwikkelingsdatum, en worden regelmatig aangepast naargelang de tijd verstrijkt.

De opsplitsing van de voorzieningen aangaande leefmilieu voor de belangrijkste landen/regio’s wordt hieronder weergegeven :

In € miljoen

2019

%

2018

%

Frankrijk

133

19%

137

20%

Duitsland

128

18%

126

18%

Rest van Europa

178

25%

176

25%

Noord-Amerika

154

22%

150

22%

Rest van de wereld

110

16%

101

15%

Totaal

703

100%

691

100%

Voorzieningen voor geschillen

Deze voorzieningen hebben betrekking op zowel indirecte belastings- als juridische geschillen. Deze bedragen € 80 miljoen eind 2019, tegen € 121 miljoen eind 2018. Het saldo op het einde van 2019 heeft betrekking op indirecte belastingrisico’s (€ 13 miljoen) en juridische claims (€ 67 miljoen).

Als gevolg van de toepassing van IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten werd een bedrag van € 40 miljoen geherklasseerd van de voorzieningen naar de andere langlopende verplichtingen.

Overige voorzieningen

Deze voorzieningen hebben betrekking op de stopzetting of verkoop van activiteiten en bedragen € 135 miljoen, tegen € 168 miljoen op het einde van 2018.