Solvay
Geïntegreerd jaarverslag 2019

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Financiële activa en verplichtingen worden opgenomen enkel en alleen wanneer Solvay een partij wordt bij de contractuele bepalingen van het instrument.

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waartegen de financiële activa of verplichtingen bij initiële opname worden gewaardeerd, verminderd met de hoofdsomaflossingen en vermeerderd of verminderd met de volgens de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het eventuele verschil tussen dat initiële bedrag en het aflossingsbedrag, en, voor financiële activa, aangepast voor een eventuele voorziening voor verliezen. De effectieve rentevoet is de rente die de verwachte toekomstige geldbetalingen of -ontvangsten tijdens de verwachte looptijd van de financiële activa of verplichtingen exact verdisconteert tot de brutoboekwaarde van een financieel actief of de geamortiseerde kostprijs van een financiële verplichting. Bij de berekening van de effectieve rentevoet maakt de Groep een schatting van de verwachte kasstromen, waarbij rekening wordt gehouden met alle contractvoorwaarden van het financiële instrument (bijvoorbeeld een optie tot vervroegde aflossing en verlengings-, call- en vergelijkbare opties), maar niet met de te verwachten kredietverliezen. In de berekening worden alle door de contractpartijen betaalde of ontvangen provisies en vergoedingen opgenomen die integraal deel uitmaken van de effectieve rentevoet, alsmede transactiekosten en alle overige premies en kortingen.

Financiële activa

Handelsvorderingen worden bij initiële opname gewaardeerd tegen hun transactieprijs, wanneer ze geen significante financieringscomponent bevatten, wat het geval is voor bijna alle handelsvorderingen. Andere financiële activa worden aanvankelijk gewaardeerd tegen reële waarde vermeerderd met, in het geval van een financieel actief dat niet tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening wordt gewaardeerd, transactiekosten die direct kunnen worden toegerekend aan de verwerving van het financiële actief.

Een financieel actief wordt geclassificeerd als vlottend, wanneer de verwachte kasstromen een looptijd hebben van minder dan een jaar.

Alle opgenomen financiële activa zullen vervolgens gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs dan wel reële waarde, volgens IFRS 9 Financiële Instrumenten. Meer bepaald:

  • een schuldinstrument dat (i) wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel dat erop gericht is contractuele kasstromen te ontvangen en (ii) contractuele kasstromen heeft die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen, wordt tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd (exclusief afgeschreven bijzondere waardevermindering), tenzij het actief is aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVTPL) onder de reële-waardeoptie;
  • een schuldinstrument dat (i) wordt aangehouden binnen een bedrijfsmodel waarvan het doel wordt bereikt door zowel contractuele kasstromen te ontvangen als financiële activa te verkopen en (ii) waarvan de contractvoorwaarden op bepaalde data aanleiding geven tot kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op de uitstaande hoofdsom betreffen, wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de andere elementen van het totaalresultaat (FVTOCI), tenzij het actief is aangewezen als gewaardeerd tegen FVTPL onder de reële-waardeoptie. Bij het niet langer opnemen worden de gecumuleerde winsten en verliezen die voorheen opgenomen zijn in de andere elementen van het totaalresultaat, geherklasseerd naar de winst- en verliesrekening;
  • alle overige schuldinstrumenten worden tegen FVTPL gewaardeerd;
  • alle eigen-vermogensinstrumenten worden tegen reële waarde gewaardeerd in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie, waarbij winsten en verliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening, behalve als bij eerste opname de onherroepelijke keuze wordt gemaakt om het instrument tegen FVTOCI te waarderen met dividendopbrengsten opgenomen in winst of verlies voor een eigenvermogensinstrument die niet wordt aangehouden voor handelsdoeleinden of als voorwaardelijke vergoeding wordt opgenomen door een overnemende partij in een bedrijfscombinatie. Bij het niet langer opnemen worden de gecumuleerde winsten en verliezen, voorheen opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat, geherklasseerd naar ingehouden winsten.

Voor instrumenten die genoteerd zijn op een actieve markt stemt de reële waarde overeen met de marktprijs (niveau 1). Voor instrumenten die niet genoteerd zijn op een actieve markt wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken, met inbegrip van recente transacties tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn of transacties met instrumenten die in grote mate gelijkaardig zijn (niveau 2); of met behulp van verdisconteerde kasstroomanalyses, met inbegrip van veronderstellingen die in grote mate consistent zijn met waarneembare marktgegevens (niveau 3). In beperkte omstandigheden kan de kostprijs van eigen-vermogensinstrument een passende schatting van de reële waarde vormen. Dit kan het geval zijn als er onvoldoende meer recente informatie beschikbaar is om de reële waarde te bepalen, of als er van een grote bandbreedte van mogelijke waarderingen tegen reële waarde sprake is en de kostprijs de beste schatting van de reële waarde binnen die bandbreedte vertegenwoordigt.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

Het bijzondere waardeverminderingsverlies van een financieel actief dat wordt gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt berekend op basis van het model gebaseerd op de verwachte verliezen, dat het gewogen gemiddelde vertegenwoordigt van kredietverliezen met de respectievelijke risico’s van een wanbetaling als wegingsfactoren. Verwachte kredietverliezen zijn gebaseerd op het verschil tussen de contractuele kasstromen verschuldigd conform het contract, en alle kasstromen die de Groep verwacht te ontvangen, verdisconteerd op basis van een redelijke benadering van de originele effectieve rentevoet.

Voor handelsvorderingen die geen aanzienlijk financieringsgedeelte bevatten (d.w.z. vrijwel alle handelsvorderingen), wordt de voorziening voor verliezen gewaardeerd tegen een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen. Dit zijn de verwachte kredietverliezen die voortvloeien uit alle eventuele wanbetalingen gedurende de verwachte levensduur van deze handelsvorderingen, aan de hand van een voorzieningenmatrix die rekening houdt met historische informatie over wanbetalingen aangepast voor toekomstgerichte informatie per klant. De Groep beschouwt een financieel actief in wanbetaling wanneer de contractuele betalingen 60 dagen achterstallig zijn. Niettemin beschouwt de Groep een financieel actief evenzeer in wanbetaling wanneer interne of externe informatie aangeeft dat het onwaarschijnlijk is dat de Groep de uitstaande contractuele bedragen volledig zal ontvangen, vóór het in acht nemen van enige kredietbescherming aangehouden door de Groep. Een financieel actief wordt volledig afgewaardeerd wanneer er geen redelijke verwachting is om de contractuele kasstromen te realiseren.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening, met uitzondering van schuldinstrumenten die tegen reële waarde worden opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat. In dat geval wordt de voorziening opgenomen in andere elementen van het totaalresultaat.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden aanvankelijk gewaardeerd tegen reële waarde verminderd met, in het geval van een financiële verplichting die niet tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening wordt gewaardeerd, transactiekosten die direct kunnen worden toegerekend aan de uitgifte van de financiële verplichting. Deze worden na eerste opname tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd, uitgezonderd:

  • financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies. Dergelijke verplichtingen, waaronder derivaten die verplichtingen zijn, moeten tegen reële waarde worden gewaardeerd;
  • financiële-garantiecontracten. Na eerste opname worden garanties gewaardeerd tegen het hoogste van de verwachte verliezen en het oorspronkelijk opgenomen bedrag.

Afgeleide financiële instrumenten

Een afgeleid financieel instrument is een financieel instrument of een ander contract dat binnen het toepassingsgebied van IFRS 9 Financiële Instrumenten valt en dat de volgende drie kenmerken bezit:

  • de waarde ervan verandert als gevolg van veranderingen in een bepaalde rente, prijs van een financieel instrument, commodityprijs, wisselkoers, index van prijzen of rentevoeten, creditrating, kredietwaardigheidsindex, of andere variabele, mits, in geval van een niet-financiële variabele, de variabele niet specifiek voor een contractpartij is (soms ‘de onderliggende waarde’ genoemd);
  • er is geen nettoaanvangsinvestering benodigd of een geringe nettoaanvangsinvestering in verhouding tot andere soorten contracten die naar verwachting op vergelijkbare wijze op veranderingen in marktfactoren reageren;
  • het wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.

De Groep gebruikt verscheidene afgeleide financiële instrumenten (termijncontracten, futures, collars, opties en swaps) om haar blootstelling aan rente-, wisselkoers- en grondstoffenrisico’s (hoofdzakelijk prijsrisico’s voor nutsvoorzieningen en CO2-emissierechten) te beheren.

Zoals eerder uitgelegd, worden afgeleide financiële instrumenten initieel gewaardeerd tegen reële waarde op het moment van aangaan van het afgeleide contract en worden na initiële opname geherwaardeerd tegen reële waarde op het einde van elke verslagperiode. De resulterende winst of het verlies wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleid product als effectief afdekkingsinstrument aangemerkt werd. De Groep heeft bepaalde afgeleide financiële instrumenten aangemerkt als afdekkingsinstrumenten om het risico op schommelingen in de kasstromen af te dekken van een opgenomen actief of verplichting, of voor een erg waarschijnlijke transactie die gevolgen kan hebben voor de winst of het verlies (kasstroomafdekkingen).

Een afgeleid financieel instrument met een positieve reële waarde wordt opgenomen als een financieel actief, terwijl een afgeleid financieel instrument met negatieve reële waarde als een financiële verplichting wordt opgenomen. Afgeleide financiële instrumenten (of onderdelen daarvan) worden gepresenteerd als langlopende activa of verplichtingen indien de resterende looptijd van de onderliggende afwikkelingen meer dan twaalf maanden na de verslagperiode valt. De overige derivaten (of een deel ervan) worden gepresenteerd als vlottende activa of kortlopende verplichtingen.

Afdekking (hedge accounting)

De Groep merkt bepaalde derivaten en in contracten besloten derivaten met betrekking tot de risico’s wat rente, wisselkoers, aandelenkoers van Solvay en grondstofprijzen (hoofdzakelijk prijsrisico’s voor nutsvoorzieningen en CO2-emissierechten) betreft, aan als afdekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie.

Bij het aangaan van de afdekkingsrelatie worden de afdekkingsrelatie alsmede de risicobeheerdoelstelling en -strategie van de Groep formeel aangewezen en gedocumenteerd. Om hedge accounting toe te passen: (a) is er sprake van een economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument, (b) zijn de waardeveranderingen die uit deze economische relatie voortvloeien niet hoofdzakelijk terug te voeren op het effect van het kredietrisico, en (c) is de afdekkingsverhouding van de afdekkingsrelatie gelijk aan die welke resulteert uit de hoeveelheid van de afgedekte positie die de onderneming werkelijk afdekt, en de hoeveelheid van het afdekkingsinstrument waarvan de Groep daadwerkelijk gebruikmaakt om die hoeveelheid van de afgedekte positie af te dekken.

De vereiste onder (a) hierboven dat er een economische relatie is, betekent dat er een verwachting is dat de waarde van het afdekkingsinstrument en de waarde van de afgedekte positie stelselmatig in de tegengestelde richting veranderen in reactie op mutaties in ofwel dezelfde onderliggende waarde ofwel onderliggende waarden waartussen een zodanige economische relatie bestaat dat zij op dezelfde wijze reageren op het afgedekte risico.

Kasstroomafdekkingen

Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afdekkingsinstrumenten aangemerkt voor kasstroomafdekking, wordt opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat.

De winst of het verlies van het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Zolang de kasstroomafdekking zich daarvoor kwalificeert, wordt de afdekkingsrelatie als volgt verwerkt:

  1. De afzonderlijke, met de afgedekte positie samenhangende eigenvermogenscomponent (kasstroomafdekkingsreserve) wordt aangepast naar de laagste van de volgende waarden (in absolute bedragen):
    i) de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het afdekkingsinstrument vanaf afsluiting van de afdekkingstransactie; en
    ii) de cumulatieve verandering in de reële waarde (contante waarde) van de afgedekte positie (dat wil zeggen de contante waarde van de cumulatieve verandering in de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen) vanaf afsluiting van de afdekkingstransactie.
  2. Het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is (dat wil zeggen het deel dat door de overeenkomstig punt (a) berekende verandering in de kasstroomafdekkingsreserve is gecompenseerd), wordt in de andere elementen van het totaalresultaat opgenomen.
  3. Een eventueel resterende winst of resterend verlies op het afdekkingsinstrument (of de eventueel benodigde winst of het eventueel benodigde verlies om de overeenkomstig punt (a) berekende verandering in de kasstroomafdekkingsreserve te compenseren) is de afdekkingsineffectiviteit die in winst of verlies wordt opgenomen
  4. Het bedrag dat overeenkomstig punt (a) in de kasstroomafdekkingsreserve wordt geaccumuleerd, wordt als volgt administratief verwerkt:
    i) indien een afgedekte verwachte toekomstige transactie tot de opname van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting leidt, dan verwijdert de Groep dat bedrag uit de kasstroomafdekkingsreserve en neemt het direct op in de eerste kostprijs of andere boekwaarde van het actief of de verplichting. Dit is geen herclassificatieaanpassing en is dus niet van invloed op de andere elementen van het totaalresultaat;
    ii) voor iedere andere kasstroomafdekking dan die welke onder (i) valt, wordt dat bedrag als een herclassificatieaanpassing van de kasstroomafdekkingsreserve naar de winst of het verlies overgeboekt in dezelfde periode(n) waarin de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen de winst of het verlies beïnvloeden (bijvoorbeeld in de perioden waarin rentebaten of rentelasten zijn opgenomen of wanneer een verwachte verkoop werkelijk plaatsvindt);
    iii) indien dat bedrag echter een verlies is en de Groep verwacht dat dit verlies in zijn geheel of voor een deel in één of meer toekomstige perioden niet realiseerbaar zal zijn, dan wordt het naar verwachting niet-realiseerbare bedrag onmiddellijk als een herclassificatieaanpassing naar de winsten verliesrekening overgeboekt.

Het merendeel van de afgedekte posities is transactiegerelateerd. De tijdswaarde van opties, termijnelementen van termijncontracten, en valutabasisspreads van financiële instrumenten die de posities afdekken beïnvloeden de winst of het verlies op hetzelfde moment als deze afgedekte posities.

Hedge accounting wordt beëindigd op prospectieve basis wanneer de afdekkingsrelatie (of een deel van een afdekkingsrelatie) niet meer aan de criteria voldoet (in voorkomend geval, nadat met herbalancering van de afdekkingsrelatie rekening werd gehouden). Het betreft onder meer gevallen waarin het afdekkingsinstrument afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend.

Wanneer de Groep hedge accounting voor een kasstroomafdekking beëindigt, dan moet hij het bedrag dat in de kasstroomafdekkingsreserve is geaccumuleerd, als volgt administratief verwerken:

  • indien wordt verwacht dat de afgedekte toekomstige kasstromen nog wel kunnen plaatsvinden, dan blijft dat bedrag in de kasstroomafdekkingsreserve opgenomen totdat de toekomstige kasstromen plaatsvinden. Indien dat bedrag echter een verlies is en de Groep verwacht dat dit verlies in zijn geheel of voor een deel in één of meer toekomstige perioden niet realiseerbaar zal zijn, dan wordt het naar verwachting niet-realiseerbare bedrag onmiddellijk als een herclassificatieaanpassing naar de winst of het verlies overgeboekt;
  • indien wordt verwacht dat de afgedekte toekomstige kasstromen niet meer zullen plaatsvinden, dan moet dat bedrag onmiddellijk als een herclassificatieaanpassing van de kasstroomafdekkingsreserve naar de winst of het verlies worden overgeboekt. Een afgedekte toekomstige kasstroom die niet langer zeer waarschijnlijk zal plaatsvinden, kan nog wel naar verwachting plaatsvinden.

De volgende tabel geeft de financiële instrumenten weer per categorie, opgesplitst in vlottende/kortlopende en vaste/langlopende activa en verplichtingen.

In € miljoen

 

2019

2018

Classificatie

Boekwaarde

Boekwaarde

Vaste activa – Financiële instrumenten

 

322

328

Eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

56

51

Leningen en overige vaste activa (behalve overschotten van het pensioenfonds)

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

266

277

Vlottende activa – Financiële instrumenten

 

2.509

2.801

Handelsvorderingen

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

1.414

1.434

Overige financiële instrumenten

 

119

101

Andere verhandelbare effecten > 3 maanden

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

44

68

Valutaswaps

Aangehouden voor handelsdoeleinden

3

1

Overige vlottende financiële activa

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

72

32

Financiële instrumenten – Operationeel

 

167

162

Aangehouden voor handelsdoeleinden

Aangehouden voor handelsdoeleinden

142

151

Afgeleide financiële instrumenten gedocumenteerd in kasstroomafdekkingen

Kasstroomafdekkingen

25

12

Geldmiddelen en kasequivalenten

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

809

1.103

Totaal activa – Financiële instrumenten

 

2.830

3.128

 

 

 

 

Langlopende verplichtingen – Financiële instrumenten

 

3.541

3.301

Financiële schulden

 

3.382

3.180

Obligatieleningen

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

2.859

2.937

Andere langlopende schulden

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

155

208

Financiële leaseverplichtingen IAS 17 – Langlopende

Financiële leaseverplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

 

35

Leaseverplichtingen IFRS 16 – Langlopende

Leaseverplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

368

 

Overige verplichtingen

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

159

121

Kortlopende verplichtingen – Financiële instrumenten

 

2.756

2.416

Financiële schulden

 

1.132

630

Financiële schulden op korte termijn (behalve financiële leaseverplichtingen IAS 17)

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

1.022

616

Valutaswaps

Aangehouden voor handelsdoeleinden

8

12

Financiële leaseverplichtingen IAS 17 – Kortlopende

Financiële leaseverplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

 

1

Leaseverplichtingen IFRS 16 – Kortlopende

Leaseverplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

102

 

Handelsschulden

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

1.277

1.439

Financiële instrumenten – Operationeel

 

187

194

Aangehouden voor handelsdoeleinden

Aangehouden voor handelsdoeleinden

135

151

Afgeleide financiële instrumenten gedocumenteerd in kasstroomafdekkingen

Kasstroomafdekkingen

52

43

Te betalen dividenden

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

161

154

Totaal financiële verplichtingen – Financiële instrumenten

 

6.297

5.717

F35.A. Overzicht van de financiële instrumenten

De volgende tabel geeft een overzicht van de boekwaarden van alle financiële instrumenten volgens waarderingscategorie zoals gedefinieerd door IFRS 9 Financiële instrumenten.

In € miljoen

2019

2018

Boekwaarde

Boekwaarde

Reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

 

 

Aangehouden voor handelsdoeleinden (financiële instrumenten – operationeel – zie toelichting F29)

142

151

Afgeleide financiële instrumenten gedocumenteerd in kasstroomafdekkingen (zie toelichting F29)

25

12

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

 

 

Financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs (inclusief geldmiddelen en kasequivalenten, handelsvorderingen, leningen en andere kortlopende/langlopende activa, behalve de overschotten van het pensioenfonds)

2.605

2.914

Financiële activa gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

 

 

Eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

56

51

Totaal financiële activa

2.830

3.128

 

 

 

Reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening

 

 

Aangehouden voor handelsdoeleinden (financiële instrumenten – operationeel – zie toelichting F37)

–135

–151

Aangehouden voor handelsdoeleinden (financiële schuld – zie toelichting F36, tabel veranderingen in de financiële schuld)

–8

–12

Afgeleide financiële instrumenten gedocumenteerd in kasstroomafdekkingen (zie toelichting F37)

–52

–43

Financiële verplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

 

 

Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (exclusief te betalen dividenden)

–5.469

–5.321

Te betalen dividenden

–161

–154

Leaseverplichtingen gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

 

 

Leaseverplichtingen IFRS 16 gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs

–470

 

Financiële leaseverplichtingen IAS 17 (zie toelichting F36, tabel Veranderingen in de financiële schuld)

 

–36

Totaal financiële en leaseverplichtingen

–6.296

–5.717

De categorie ‘Aangehouden voor handelsdoeleinden’ omvat enkel afgeleide financiële instrumenten die gebruikt worden voor het beheer van valuta- en renterisico, prijsrisico’s in verband met nutsvoorzieningen en CO2-emissierechten, index en de koers van het aandeel Solvay. Contracten die gedocumenteerd zijn als afdekkingsinstrumenten (hedge accounting conform IFRS 9 Financiële instrumenten) of die aan de vrijstellingscriteria voor own use voldoen, zijn niet opgenomen in de categorie ‘Aangehouden voor handelsdoeleinden”. Eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat hebben betrekking op Solvay’s New Business Development (‘NBD’) activiteit: de Groep heeft een Corporate Venturing portefeuille samengesteld met rechtstreekse deelnemingen in start-ups en investeringen in risicokapitaalfondsen. Wanneer de Groep geen invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap heeft, dan worden de investeringen gewaardeerd tegen reële waarde volgens de waarderingsrichtlijnen gepubliceerd door de European Private Equity and Venture Capital Association, en de invloed daarvan wordt opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat.

F35.B. Reële waarde van financiële instrumenten

Waarderingstechnieken en veronderstellingen gebruikt voor de waardering van de reële waarde

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Genoteerde marktprijzen zijn beschikbaar voor financiële activa en financiële verplichtingen met standaardbepalingen en -voorwaarden die verhandeld worden op actieve markten. De reële waarden van afgeleide financiële instrumenten zijn gelijk aan hun genoteerde prijzen (indien beschikbaar). Als dergelijke marktprijzen niet beschikbaar zijn, wordt de reële waarde van de financiële instrumenten bepaald op basis van een verdisconteerde kasstroomanalyse met gebruik van de toepasselijke rendementscurven die afgeleid zijn van genoteerde rentevoeten met gelijkaardige looptijden of de contracten voor niet-optionele afgeleide financiële instrumenten. De reële waarde van optionele afgeleide financiële instrumenten wordt bepaald op basis van optiewaarderingsmodellen, met inachtneming van contante waarde van de verwachte risicogewogen toekomstige rendementen aan de hand van formules op basis van marktreferenties.

De reële waarden van andere financiële activa en verplichtingen worden bepaald in overeenstemming met de algemeen aanvaarde waarderingsmodellen op basis van verdisconteerde kasstroomanalyses.

Reële waarde van financiële instrumenten gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs

In € miljoen

2019

2018

Niveau van reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Boekwaarde

Reële waarde

Vaste activa – Financiële instrumenten

266

266

277

277

 

Leningen en overige vaste activa (behalve overschotten van het pensioenfonds)

266

266

277

277

2

Langlopende verplichtingen – Financiële instrumenten

–3.173

–3.364

–3.301

–3.396

 

Obligatieleningen

–2.859

–3.050

–2.937

–3.032

1

Andere langlopende schulden

–155

–155

–208

–208

2

Overige verplichtingen

–159

–159

–121

–121

2

Financiële leaseverplichtingen IAS 17 – Langlopende

 

 

–35

–35

2

De boekwaarde van de vlottende/kortlopende financiële activa en verplichtingen wordt geacht de reële waarde te benaderen gezien de korte looptijden.

Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie

De tabel “Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie” geeft een analyse van financiële instrumenten die na initiële opname gewaardeerd worden tegen reële waarde, gegroepeerd in niveaus 1 tot 3 volgens de mate waarin de reële waarde observeerbaar is. Financiële instrumenten, geklasseerd als aangehouden voor handelsdoeleinden en als afdekkingsinstrumenten in kasstroomafdekkingen zijn voornamelijk gegroepeerd in niveaus 1 en 2. De reële waarde daarvan wordt bepaald op basis van forward pricing- en swapmodellen, gebruikmakend van een berekening van de contante waarde. Deze modellen bevatten verschillende inputs, waaronder spot valutakoersen en interestvoeten van de respectievelijke valuta, valutabasisspreads tussen de respectievelijke valuta, rentecurves en toekomstige rentecurves van de onderliggende grondstof. Eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de andere elementen van het totaalresultaat vallen in niveau 3 en worden gewaardeerd op basis van een verdisconteerde-kasstroomanalyse.

Conform de interne regels van de Groep ligt de verantwoordelijkheid voor de waardering tegen reële waarde bij (a) de thesaurieafdeling voor de afgeleide financiële instrumenten die niet verbonden zijn aan nutsvoorzieningen en de niet-afgeleide financiële verplichtingen, (b) de afdeling Sustainable Development & Energy voor de afgeleide financiële instrumenten verbonden aan nutsvoorzieningen en (c) de afdeling Financiën voor niet-afgeleide financiële activa.

Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie

In € miljoen

2019

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Aangehouden voor handelsdoeleinden

77

67

 

145

Valutarisico

 

6

 

6

Nutsvoorzieningsrisico

76

59

 

135

CO2 risico

2

 

 

2

Solvay aandelenkoers

 

2

 

2

Index

 

1

 

1

Kasstroomafdekkingen

 

25

 

25

Valutarisico

 

7

 

7

Nutsvoorzieningsrisico

 

18

 

18

Eigen vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

 

 

56

56

New Business Development

 

 

56

56

Totaal (activa)

77

92

56

225

Aangehouden voor handelsdoeleinden

–72

–72

 

–144

Valutarisico

 

–7

 

–7

Renterisico

 

–3

 

–3

Nutsvoorzieningsrisico

–71

–56

 

–127

CO2 risico

 

–1

 

–2

Solvay aandelenkoers

 

–4

 

–4

Index

 

–1

 

–1

Kasstroomafdekkingen

 

–51

 

–51

Valutarisico

 

–6

 

–6

Nutsvoorzieningsrisico

 

–46

 

–46

Totaal (verplichtingen)

–72

–124

 

–195

In € miljoen

2018

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Aangehouden voor handelsdoeleinden

63

89

 

152

Valutarisico

 

3

 

3

Nutsvoorzieningsrisico

39

82

 

121

CO2 risico

24

 

 

24

Solvay aandelenkoers

 

1

 

1

Index

 

3

 

3

Kasstroomafdekkingen

 

12

 

12

Valutarisico

 

5

 

5

Nutsvoorzieningsrisico

 

6

 

6

CO2 risico

 

1

 

1

Solvay aandelenkoers

 

 

 

 

Eigen vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde via andere elementen van het totaalresultaat

 

 

51

51

New Business Development

 

 

51

51

Overige vlottende vorderingen – financiële instrumenten (Geldmarktfondsen)

 

 

 

 

Geldmiddelen en kasequivalenten

 

 

 

 

Aandelen

 

 

 

 

Totaal (activa)

63

100

51

215

Aangehouden voor handelsdoeleinden

–70

–93

 

–163

Valutarisico

 

–11

 

–11

Renterisico

 

–4

 

–4

Nutsvoorzieningsrisico

–47

–67

 

–114

CO2 risico

–23

–3

 

–26

Solvay aandelenkoers

 

–6

 

–6

Index

 

–3

 

–3

Kasstroomafdekkingen

 

–43

 

–43

Valutarisico

 

–15

 

–15

Nutsvoorzieningsrisico

 

–18

 

–18

CO2 risico

 

–2

 

–2

Solvay aandelenkoers

 

–7

 

–7

Totaal (verplichtingen)

–70

–136

 

–206

Mutaties van de periode

Aansluiting van de financiële activa en verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3

In € miljoen

2019

Tegen reële waarde met waarde­veranderingen in de winst- en verlies­rekeningen

Aan reële waarde via andere elementen van het totaal­resultaat

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

Eigen- vermogens­instrumenten

Openingssaldo op 1 januari

 

51

51

Totale winsten of verliezen

 

 

 

Opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat

 

3

3

Verwervingen

 

5

5

Kapitaalverminderingen

 

–4

–4

Eindsaldo op 31 december

 

56

56

In € miljoen

2018

Tegen reële waarde met waarde­veranderingen in de winst- en verlies­rekeningen

Aan reële waarde via andere elementen van het totaal­resultaat

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

Eigen- vermogens­instrumenten

Openingssaldo op 1 januari

 

44

44

Totale winsten of verliezen

 

 

 

Opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat

 

3

3

Verwervingen

 

9

9

Kapitaalverminderingen

 

–5

–5

Eindsaldo op 31 december

 

51

51

Opbrengsten en kosten van financiële instrumenten opgenomen in de winst -en verliesrekening en in de andere elementen van het totaalresultaat

In € miljoen

2019

2018

Opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening

 

 

Reclassificatie van andere elementen van het totaalresultaat betreffende afgeleide financiële instrumenten aangewezen als kasstroomafdekkingen

 

 

Valutarisico

–28

–12

Nutsvoorzieningsrisico

–31

–3

CO2 risico

 

1

Wijzigingen in de reële waarde van financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden

 

 

Nutsvoorzieningenrisico

–14

20

CO2 risico

11

5

Opgenomen in de brutowinst

–61

11

Wijzigingen in de reële waarde van financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden

 

 

Solvay-aandelenkoers

5

–13

Winsten en verliezen (tijdswaarde) op afgeleide financiële instrumenten aangewezen als kasstroomafdekkingen

 

 

Valutarisico

1

3

Operationele wisselkoerswinsten of -verliezen

 

–4

Opgenomen in de overige operationele winsten en verliezen

7

–14

Netto rentelasten

–102

–117

Rentelasten op leaseverplichtingen

–23

 

Overige financieringswinsten en -verliezen (exclusief winsten en verliezen betreffende elementen die geen verband houden met financiële instrumenten)

 

 

Valutarisico

–9

–2

Rente element van swaps

12

5

Anderen

–14

1

Opgenomen in de financieringskosten

–135

–114

Dividenden van eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde via het totaalresultaat

4

 

Totaal opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening

–187

–117

Het verlies op zeer waarschijnlijke verkopen in vreemde valuta opgenomen in de brutowinst van € -28 miljoen en op instrumenten m.b.t. nutsvoorzieningen voor € -31 miljoen, voornamelijk uit de aankoop van gas, is het resultaat van het herklasseren van winsten en verliezen van afgeleide financiële instrumenten aangewezen als kasstroomafdekking.

De wijziging in de reële waarde van financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden resulterend in een verlies van € -14 miljoen en opgenomen in de brutowinst is vooral toe te schrijven aan de prijsdalingen van gas en elektriciteit in 2019. De winst van € 5 miljoen, opgenomen in overige operationele winsten en verliezen is het gevolg van de verandering in de reële waarde van equity swaps voor langetermijnvergoedingen.

De toename in overige financieringswinsten en -verliezen van € -1 miljoen in 2018 tot € -14 miljoen in 2019 is voornamelijk toe te schrijven aan de eenmalige kosten van € -12 miljoen voor de vervroegde aflossing van de US$ 800 miljoen senior US$ obligaties van Solvay Finance America LLC.

Opbrengsten en kosten van financiële instrumenten opgenomen in de andere elementen van het totaalresultaat omvatten het volgende:

In € miljoen

Valutarisico

Renterisico

Grondstoffenrisico

Solvay-aandelenkoers risico

Totaal

2019

2018

2019

2018

2019

2018

2019

2018

2019

2018

Saldo op 1 januari

–12

15

 

–1

–13

–2

–7

3

–32

15

Reclassificatie van andere elementen van het totaalresultaat betreffende afgeleide financiële instrumenten aangewezen als kasstroomafdekkingen

28

12

 

 

31

2

 

 

59

14

Effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen

–15

–38

 

1

–45

–14

7

–9

–53

–61

Saldo op 31 december

1

–12

 

 

–28

–13

 

–7

–27

–32

F35.C. Kapitaalbeheer

Zie Kapitaal, aandelen en aandeelhouders inzake kapitaal in de Verklaring inzake deugdelijk bestuur in dit verslag.

De Groep beheert haar financieringsstructuur met als doel de continuïteit van het bedrijf veilig te stellen, het aandeelhoudersrendement te optimaliseren, een investment grade-kredietwaardigheid te handhaven en de schuldenlasten zo laag mogelijk te houden.

De kapitaalstructuur van de Groep bestaat uit eigen vermogen (inclusief eeuwigdurende hybride obligaties (zie toelichting F31 Eigen vermogen) en uit een nettoschuld (zie toelichting F36 Nettoschuld). Eeuwigdurende hybride obligaties worden in de onderliggende indicatoren van de Groep niettemin beschouwd als een schuld.

Behalve de wettelijk voorgeschreven minimale financieringsvereisten die van toepassing zijn op de dochterondernemingen van het bedrijf in verschillende landen, is Solvay niet onderhevig aan extra wettelijke kapitaalvereisten.

De thesaurieafdeling bewaakt de kapitaalstructuur op continue basis onder het gezag en het toezicht van de Chief Financial Officer. Waar nodig wordt de juridische afdeling betrokken om naleving van juridische en contractuele bepalingen te waarborgen.

F35.D. Beheer van financiële risico’s

De Groep is blootgesteld aan marktrisico’s als gevolg van bewegingen in wisselkoersen, rentevoeten en andere marktprijzen (prijzen van nutsvoorzieningen, CO2-emissierechten en aandelenkoersen). Het hoger kader van de Groep houdt toezicht op het beheer van deze risico’s en wordt daarbij ondersteund door de thesaurieafdeling (risico’s die geen betrekking hebben op grondstoffen) en de afdeling Sustainable Development & Energy van Solvay, die adviseren over financiële risico’s en de juiste manier van beheersing van de financiële risico’s van de Groep. Beide afdelingen verzekeren het hoger kader van de Groep dat de financiële risico-activiteiten beheerd worden met de juiste beleidsmaatregelen en procedures en dat financiële risico’s worden geïdentificeerd, vastgesteld en beheerd overeenkomstig de beleidsmaatregelen en risicodoelstellingen van de Groep. De Solvay Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten om zich in te dekken tegen duidelijk geïdentificeerde risico’s op het gebied van valuta, rente, index, prijzen van nutsvoorzieningen, en CO2-emissierechten (afdekkingsinstrumenten). Alle afgeleide activiteiten voor risicobeheerdoelstellingen worden uitgevoerd door gespecialiseerde teams met de juiste vaardigheden, ervaringen en supervisie. Toch zijn niet altijd de vereiste voorwaarden vervuld om hedge accounting te kunnen toepassen.

Verder is de Groep eveneens blootgesteld aan liquiditeits- en kredietrisico’s.

Het merendeel van de afgeleide afdekkingsinstrumenten gehouden door de Groep hebben een looptijd van minder dan een jaar.

Valutarisico

De Groep is een multigespecialiseerd chemisch bedrijf met activiteiten wereldwijd, en verricht derhalve transacties uitgedrukt in vreemde valuta. Als gevolg daarvan is de Groep blootgesteld aan wisselkoersfluctuaties. In 2019 ging het daarbij vooral om de Amerikaanse dollar, de Chinese renminbi, de Braziliaanse real, de Mexicaanse peso en de Japanse yen.

Om het valutarisico te beperken heeft de Groep een beleid voor afdekking ontwikkeld gebaseerd op de volgende principes: financiering van activiteiten in lokale valuta en de afdekking van transactionele valutarisico’s op het moment van facturering (zekere risico). Activiteiten in vreemde valuta worden door de Groep voortdurend bewaakt, en waar nodig wordt de blootstelling aan wisselkoersen van verwachte kasstromen afgedekt (zeer waarschijnlijke risico).

De blootstelling aan wisselkoersen wordt beheerd binnen goedgekeurde beleidsparameters door gebruik te maken van termijncontracten of, waar nodig, andere afgeleide financiële instrumenten zoals opties.

In de loop van 2019 is de wisselkoers EUR/USD geëvolueerd van 1,1455 begin januari tot 1,1231 op het einde van december. In de loop van 2018 was de wisselkoers EUR/USD geëvolueerd van 1,1995 begin januari tot 1,1455 op het einde van december.

Op basis van de contributie van de Amerikaans dollar aan de EBITDA van de Groep per 31 december 2019 zou een wijziging met -0,10 van de EUR/USD wisselkoers een wijziging van de EBITDA met ongeveer € 125 miljoen (€ 120 miljoen in 2018) met zich meebrengen, waarvan 2/3 betrekking heeft op de omrekening en 1/3 op transacties, waarbij het laatste grotendeels wordt afgedekt.

Eind 2019 zou de opwaardering van de dollar ten opzichte van de euro voor een stijging van de nettoschuld zorgen met ongeveer € 100 miljoen per $ 0,10 fluctuatie t.o.v. de euro. Een daling van de dollar ten opzichte van de euro zou zorgen voor een afname van de nettoschuld met ongeveer € 84 miljoen per $ 0,10 fluctuatie t.o.v. de euro.

Eind 2018 zou de opwaardering van de dollar ten opzichte van de euro voor een stijging van de nettoschuld zorgen met ongeveer € 129 miljoen per $ 0,10 fluctuatie t.o.v. de euro. Een daling van de dollar ten opzichte van de euro zou zorgen voor een afname van de nettoschuld met ongeveer € 108 miljoen per $ 0,10 fluctuatie t.o.v. de euro.

Het valutarisico van de Groep kan opgedeeld worden in twee categorieën: omrekeningrisico en transactierisico.

Omrekeningsrisico

Het omrekeningsrisico is het risico dat de geconsolideerde jaarrekening van de Groep beïnvloedt en dat verbonden is met deelnemingen die activiteiten hebben in valuta andere dan de euro (rapporteringsvaluta van de Groep).

Gedurende 2018 en 2019 heeft de Groep het valutarisico van buitenlandse activiteiten niet afgedekt.

Transactierisico

Het transactierisico is het valutarisico in verband met een specifieke transactie, zoals de aan- of verkoop door een entiteit van de Groep in een andere valuta dan zijn functionele valuta.

Voor zover mogelijk beheert de Groep het transactierisico op vorderingen en leningen centraal en, als dit niet mogelijk is, op lokaal niveau.

De keuze van de valuta waarin de lening wordt aangegaan hangt vooral af van de kansen die de diverse geldmarkten bieden. Dit betekent dat de gekozen valuta niet per se dezelfde is als die van het land waar de fondsen zullen worden geïnvesteerd. Niettemin worden de operationele entiteiten doorgaans in de functionele valuta gefinancierd.

In de opkomende landen is het niet altijd mogelijk op de lokale financiële markten geld te lenen in de valuta van het land, ofwel omdat deze markten te krap zijn en er geen fondsen beschikbaar zijn, ofwel omdat de financiële voorwaarden ongunstig zijn. In zo’n geval moet de Groep ontlenen in een andere valuta. De Groep overweegt niettemin mogelijkheden om haar schulden te herfinancieren in de lokale valuta van deze opkomende landen.

Afgeleide financiële instrumenten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde op het moment van het aangaan van het afgeleide contract en worden geclassificeerd in de twee hieronder beschreven categorieën:

Aangehouden voor handelsdoeleinden

Het transactierisico wordt beheerd met spottransacties of termijncontracten. Behalve indien ze gedocumenteerd zijn als afdekkingsinstrumenten (zie hiervoor) worden deze contracten geklasseerd als aangehouden voor handelsdoeleinden.

In 2019 is het netto nominale bedrag een shortpositie van € -169 miljoen ten opzichte van een longpositie in 2018. Deze evolutie is voornamelijk toe te schrijven aan een wijziging in de samenstelling van de valuta van de schulden (zie toelichting F36 Nettoschuld), een toegenomen afdekkingsactiviteit van de valuta in China en activiteiten m.b.t. interne herstructureringsoptimalisatie.

De volgende tabel geeft een overzicht van de nominale bedragen weer van contracten van de Groep voor afgeleide financiële instrumenten, die aan het eind van de periode uitstonden:

In € miljoen

Net to notioneel bedrag(1)

Reële waarde activa

Reële waarde verplichtingen

2019

2018

2019

2018

2019

2018

(1)

Lange/(korte) positie (wanneer de valutatransactie geen betrekking heeft op de functionele valuta, worden beide nominale bedragen in overweging genomen)

Aangehouden voor handelsdoeleinden

–169

138

6

3

–7

–11

Totaal

–169

138

6

3

–7

–11

Kasstroomafdekkingen

De Groep gebruikt derivaten om zich af te dekken tegen geïdentificeerde wisselkoersrisico’s. Deze worden als afdekkinginstrumenten gedocumenteerd tenzij zij een opgenomen financieel actief of verplichting afdekken waarbij in principe geen kasstroomafdekking gedocumenteerd is. Het merendeel van de afgedekte posities is transactiegerelateerd.

Voor haar toekomstige blootstelling heeft de Groep eind 2019 voornamelijk de verwachte omzet (short positie) afgedekt voor een nominaal bedrag van USD 713 miljoen (€ 635 miljoen) en JP¥ 9.206 miljoen (€ 76 miljoen). Alle kasstroomafdekkingen die eind december 2019 bestonden, zullen in de komende 12 maanden worden afgewikkeld en gedurende die periode de winst of verlies beïnvloeden.

De volgende tabel geeft een overzicht van de nominale bedragen weer van contracten van Solvay voor afgeleide financiële instrumenten, die aan het eind van de periode uitstonden:

Nominale nettobedragen

2019

Notioneel bedrag van het instrument(1)

Notioneel bedrag van het afgedekte element(2)

Percentage van afgedekte blootstelling

Gemiddelde wisselkoers afdekking per risicocategorie

Kasstroomaf­dekkingen reserves

Reële waarde van het afdekkings­instrument

Kasstroom­afdekkingen – Aankopen en verkopen prognose(4)

 

Eigen vermogen

Activa

Verplichtingen

In € miljoen

 

 

In € miljoen

(1)

Lange/(korte) positie

(2)

(Lange)/korte positie

(3)

Conform het beleid van de thesaurieafdeling bereikt het percentage afgedekte blootstelling in het 1e kwartaal 2020 het progressieve minimale niveau van 60%

(4)

De afdekkingsinstrumenten worden onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie gepresenteerd.

JPY/EUR

–46

–98

47%(3)

122,75

 

 

 

JPY/USD

–30

–58

51%(3)

106,97

 

 

 

USD/BRL

–143

–266

54%(3)

3,94

1

2

–1

USD/CNY

–154

–256

60%

6,92

–1

1

–2

USD/EUR

–278

–493

56%(3)

1,15

–2

1

–3

USD/MXN

–46

–84

55%(3)

20,18

2

2

 

USD/THB

–14

–28

49%(3)

30,52

 

 

 

Totaal

–710

–1.284

 

 

1

7

–6

2018

Notioneel bedrag van het instrument(1)

Notioneel bedrag van het afgedekte element(2)

Percentage van afgedekte blootstelling

Gemiddelde wisselkoers afdekking per risicocategorie

Kasstroomaf­dekkingen reserves

Reële waarde van het afdekkings­instrument

Kasstroom­afdekkingen – Aankopen en verkopen prognose(4)

 

Eigen vermogen

Activa

Verplichtingen

In € miljoen

 

 

In € miljoen

(1)

Lange/(korte) positie

(2)

(Lange)/korte positie

(3)

Conform het beleid van de thesaurieafdeling heeft het percentage afgedekte blootstelling in het 1e kwartaal 2019 het progressieve minimale niveau van 60% bereikt

(4)

De afdekkingsinstrumenten worden onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie gepresenteerd.

JPY/EUR

–71

–104

68%

129,52

–2

 

–2

JPY/USD

–30

–53

57%(3)

109,32

 

 

 

USD/BRL

–142

–244

58%(3)

3,94

–1

3

–2

USD/CNY

–128

–283

45%(3)

6,71

–3

 

–3

USD/EUR

–408

–501

81%

1,18

–8

 

–8

USD/MXN

–47

–86

55%(3)

20,78

1

1

 

USD/THB

–19

–35

54%(3)

32,54

 

 

 

Totaal

–845

–1.305

 

 

–12

5

–15

Renterisico

Zie ook Financiële risico’s in het hoofdstuk over Risicobeheer van dit verslag voor meer informatie over het beheer van renterisico’s.

Het renterisico wordt beheerd op Groepsniveau.

De Groep is blootgesteld aan renterisico’s omdat entiteiten van de Groep leningen aangaan met zowel vaste als vlottende rentevoeten. Het renterisico wordt beheerd op Groepsniveau door middel van een geschikte mix van leningen met vaste en vlottende rentevoeten.

Blootstelling aan rentevoeten per valuta wordt hieronder samengevat:

In € miljoen

Op 31 december 2019

Op 31 december 2018

Valuta

Vaste rentevoet

Vlottende rentevoet

Totaal

Vaste rentevoet

Vlottende rentevoet

Totaal

Financiële schulden

EUR

–2.874

–87

–2.960

–1.709

–60

–1.769

USD

–1.276

–18

–1.294

–1.731

–12

–1.744

SAR

 

–87

–87

 

–112

–112

INR

–32

–16

–48

–13

–2

–15

KRW

–3

–24

–27

 

–30

–30

THB

–10

–20

–30

 

–27

–27

BRL

–19

 

–19

–16

–1

–17

Andere

–51

3

–48

–95

–1

–95

Totaal

–4.264

–249

–4.513

–3.564

–246

–3.810

Geldmiddelen en kasequivalenten

EUR

 

249

249

 

391

391

USD

 

248

248

 

382

382

CAD

 

5

5

 

7

7

THB

 

35

35

 

17

17

SAR

 

4

4

 

4

4

BRL

 

60

60

 

67

67

CNY

 

35

35

 

77

77

KRW

 

26

26

 

32

32

JPY

 

34

34

 

38

38

Andere

 

113

113

 

89

89

Totaal

 

809

809

 

1.103

1.103

Overige financiële instrumenten

CNY

 

44

44

 

67

67

EUR

 

50

50

 

17

17

SAR

 

19

19

 

15

15

Andere

 

6

6

 

3

3

Totaal

 

119

119

 

101

101

Totaal

–4.264

678

–3.586

–3.564

959

–2.605

Op het einde van 2019 had de Groep voor ongeveer € 4,3 miljard aan brutoschulden met vaste rente, met voornamelijk:

  • senior € obligaties voor in totaal € 1.850 miljoen met vervaldatum in 2022, 2027 en 2029 (boekwaarde € 1.837 miljoen);
  • het resterende deel (USD 196 miljoen) van de senior obligaties 2023 van USD 400 miljoen (boekwaarde € 169 miljoen);
  • het resterende deel (USD 163 miljoen) van de senior obligaties 2025 van USD 250 miljoen (boekwaarde € 143 miljoen);
  • senior USD obligaties voor in totaal USD 800 miljoen (boekwaarde € 709 miljoen);
  • Belgische thesauriebewijzen (commercial paper) voor in totaal € 700 miljoen met een looptijd van minder dan een jaar (boekwaarde € 700 miljoen);
  • de leaseverplichting opgenomen volgens IFRS 16 voor een totaalbedrag van € 470 miljoen (boekwaarde € 470 miljoen).

De schulden met vlottende rentevoet die afgedekt worden door renteswaps worden hieronder verder toegelicht.

Het effect van wijzigingen in de rentevoeten op het einde van 2019 in vergelijking met 2018 is als volgt:

In € miljoen

Gevoeligheid voor een stijging van 100 bp in de marktrente EUR

Gevoeligheid voor een vermindering van 100 bp in de marktrente EUR

2019

2018

2019

2018

Resultaat

–1

–1

1

1

De sensitiviteit voor rentevolatiliteit bleef aan het einde van 2019 stabiel in vergelijking met 2018. De schuld met vlottende rentevoet is beperkt van omvang en afgedekt met renteswaps en cross-currency renteswaps, waardoor de volatiliteit nog verder afneemt.

Renterisico afgedekt met instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden

In € miljoen

Notioneel bedrag

Reële waarde activa

Reële waarde verplichtingen

2019

2018

2019

2018

2019

2018

Aangehouden voor handelsdoeleinden

83

109

 

 

–3

–4

Totaal

83

109

 

 

–3

–4

De reële waarde van € -3 miljoen gerapporteerd onder ‘aangehouden voor handelsdoeleinden’ is vooral te verklaren door de cross-currency swap die in mei 2017 is afgesloten om de volatiliteit (valuta en rente) te beperken van de externe financiering afgesloten voor onze 50/50 HPPO gezamenlijke bedrijfsactiviteit (Saudi Hydrogen Peroxide Company) samen met Sadara uit Saoedi-Arabië (nominaal bedrag € 83 miljoen wat overeenstemt met 50%).

Renterisico afgedekt met instrumenten die aangewezen als afdekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekking

2019
In € miljoen
(behalve waar anders vermeld)

Notioneel bedrag van het instrument(1)

Notioneel bedrag van het afgedekte element(2)

Percentage van afgedekte blootstelling

Rentevoet afdekking per risicocategorie

Kasstroomaf­dekkingen reserves

Reële waarde van het afdekkings­instrument

 

Eigen vermogen

Activa

Verplichtingen

(1)

De afdekkingsinstrumenten zijn opgenomen onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie

(2)

De afgedekte positie is opgenomen onder Langlopende en kortlopende financiële schulden in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie

Kasstroom­afdekkingen – Schuld met vlottende rentevoet

–10

–20

50%

Pay Fix 3,125%
Receive THBFIX6M

 

 

 

Totaal

–10

–20

 

 

 

 

 

2018
In € miljoen
(behalve waar anders vermeld)

Notioneel bedrag van het instrument(1)

Notioneel bedrag van het afgedekte element(2)

Percentage van afgedekte blootstelling

Rentevoet afdekking per risicocategorie

Kasstroomaf­dekkingen reserves

Reële waarde van het afdekkings­instrument

 

Eigen vermogen

Activa

Verplichtingen

(1)

De afdekkingsinstrumenten zijn opgenomen onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie

(2)

De afgedekte positie is opgenomen onder Langlopende en kortlopende financiële schulden in het geconsolideerd overzicht van de financiële positie

Kasstroom­afdekkingen – Schuld met vlottende rentevoet

–13

–27

50%

Pay Fix 3,125%
Receive THBFIX6M

–1

 

–1

Totaal

–13

–27

 

 

–1

 

–1

Overige marktrisico’s

Prijsrisico’s m.b.t. nutsvoorzieningen en CO2

De Groep koopt grote hoeveelheden van zijn behoeften in steenkool, aardgas en elektriciteit in Europa en de Verenigde Staten gebaseerd op de fluctuerende liquide marktindices. Om de volatiliteit van de kosten te verminderen, heeft de Groep een beleid ontwikkeld om variabele prijzen tegen vaste prijzen om te ruilen door middel van afgeleide financiële instrumenten. De meeste van deze afdekkingsinstrumenten kunnen gedocumenteerd worden als afdekkingsinstrumenten voor de onderliggende aankoopovereenkomsten. Aankoopcontracten voor nutsvoorzieningen tegen vaste prijzen met een fysieke levering voor gebruik binnen de activiteiten van de Groep worden aangeduid als overeenkomsten “voor eigen gebruik” (geen derivaten) en vormen een natuurlijke afdekking. Deze zijn niet opgenomen in deze toelichting.

Zo wordt ook de blootstelling van de Groep aan de CO2-prijs gedeeltelijk afgedekt door termijnaankopen van EUA’s (European Union Allowance) die gedocumenteerd kunnen worden als afdekkingsinstrumenten of als overeenkomsten voor eigen gebruik (geen derivaten).

Tenslotte kunnen bepaalde blootstellingen aan gas-elektriciteit en steenkool-elektriciteit spreads ontstaan uit de productie van elektriciteit in Solvay-sites (meestal in warmtekrachteenheden in Europa), die kunnen afgedekt worden door middel van termijnaankopen en -verkopen en opties. In dat geval wordt kasstroomafdekking toegepast.

De financiële afdekking van prijsrisico’s voor nutsvoorzieningen en CO2-emissierechten wordt centraal beheerd door Energy Services voor alle entiteiten van de Groep.

Energy Services voert ook handelstransacties uit met betrekking tot nutsvoorzieningen en CO2, met een resterende prijsblootstelling van nagenoeg nul.

De volgende tabellen geven de nominale bedragen en de reële waarden van de openstaande afgeleide financiële instrumenten voor nutsvoorzieningen en CO2 op het einde van de verslagperiode weer:

In € miljoen
(behalve waar anders vermeld)

Notioneel bedrag(1)

Notioneel bedrag (in eenheden)

Reële waarde van het instrument – Activa

Reële waarde van het instrument – Verplichting

Aangehouden voor handelsdoeleinden

2019

2018

2019

2018

 

2019

2018

2019

2018

(1)

De afdekkingsinstrumenten zijn opgenomen onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie

Steenkool

8

15

126.008

120.000

Tons

1

2

–1

–2

Elektriciteit

716

613

21.753.757

15.850.229

MWh

75

87

–67

–85

Standaard­kwaliteit gas

354

416

21.183.576

18.962.646

MWh

59

32

–55

–27

CO2

26

45

723.320

5.594.159

Tons

2

24

–2

–26

Totaal

1.104

1.089

 

 

 

137

145

–125

–140

De in onderstaande tabellen opgenomen bedragen zijn inclusief de afdekkingsbehoeftes van GBU’s van de Groep beheerd via Energy Services, en niet de volledige afdekkingsbehoefte voor nutsvoorzieningen van de Groep.

2019
In € miljoen
(behalve waar anders vermeld)

Notioneel bedrag(1)

Notioneel bedrag (in eenheden)

Notioneel bedrag van het afgedekte element

Notioneel bedrag van het afgedekte element (in eenheden)

Percentage van afgedekte blootstelling

Gemiddelde prijs afdekking per risicocategorie

Kasstroom­afdekkingen reserves

Reële waarde van het instrument – Activa

Reële waarde van het instrument – Verplichting

(1)

De afdekkingsinstrumenten zijn opgenomen onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie

Kasstroomafdekkingen

Benzine

5

6.991

Tons

40

61.353

Tons

11%

722

EUR/ton

 

 

 

Steenkool

48

780.984

Tons

97

1.769.600

Tons

44%

70

USD/ton

–6

 

–6

Elektriciteit

135

2.838.006

MWh

195

3.694.068

MWh

77%

56

EUR/MWh

 

 

 

Standaard­kwaliteit gas

218

22.798.066

MWh

474

27.481.119

MWh

83%

16

EUR/MWh

–23

17

–40

CO2

 

 

Tons

 

 

Tons

 

 

 

–2

 

–2

Totaal

405

 

 

807

 

 

 

 

 

–31

17

–48

2018
In € miljoen
(behalve waar anders vermeld)

Notioneel bedrag(1)

Notioneel bedrag (in eenheden)

Notioneel bedrag van het afgedekte element

Notioneel bedrag van het afgedekte element (in eenheden)

Percentage van afgedekte blootstelling

Gemiddelde prijs afdekking per risicocategorie

Kasstroom­afdekkingen reserves

Reële waarde van het instrument – Activa

Reële waarde van het instrument – Verplichting

(1)

De afdekkingsinstrumenten zijn opgenomen onder Overige vorderingen en Overige verplichtingen in het geconsolideerde overzicht van de financiële positie

Kasstroomafdekkingen

Benzine

7

9.088

Tons

43

50.000

Tons

18%

796

EUR/ton

 

 

 

Steenkool

17

252.000

Tons

54

624.800

Tons

40%

77

USD/ton

2

2

 

Elektriciteit

104

1.765.121

MWh

104

1.765.000

MWh

100%

59

EUR/MWh

–8

2

–10

Standaard­kwaliteit gas

129

6.904.347

MWh

210

13.938.999

MWh

50%

19

EUR/MWh

–7

3

–10

CO2

 

 

Tons

 

 

Tons

 

 

 

 

 

 

Totaal

257

 

 

411

 

 

 

 

 

–13

7

–20

Performance Share Units (PSU)-risico op aandelenkoers Solvay

Om de volatiliteit van de aandelenkoers van Solvay te neutraliseren, hetgeen van invloed is op de waardering van de verplichting in verband met PSU’s (met daaraan verbonden kosten voor de werkgever), heeft de Groep equityswaps afgesloten, die 90% van het risico dekken. De verplichting van € 25 miljoen opgenomen voor de 2018 en 2019 PSU plannen stemt overeen met de beste schatting van het bedrag verschuldigd op eindvervaldag. Aldus zijn alle afdekkingsrelaties die deze verplichting overschrijden, beëindigd met een niet-significante impact op de geconsolideerde winst- en verliesrekening.

Kredietrisico

Zie ook Financiële Risico’s in het hoofdstuk over Risicobeheer van dit verslag voor meer informatie over het beheer van het kredietrisico.

De Groep houdt het kredietrisico van belangrijke zakelijke partners voortdurend in de gaten.

De Groep gaat alleen transacties aan met financiële instellingen met een goede kredietwaardigheid. De Groep bewaakt en beheert blootstelling aan financiële instellingen binnen goedgekeurde kredietlimieten per tegenpartij en kredietrisicoparameters om het risico op wanbetaling te beperken. Voor financiële garanties verwijzen we naar toelichting F39 Voorwaardelijke verplichtingen en financiële garanties.

De Groep neemt verwachte kredietverliezen op voor alle handelsvorderingen: er wordt een vereenvoudigde aanpak gehanteerd en verwachte verliezen tijdens de levensduur op alle handelsvorderingen worden opgenomen gebruikmakend van de voorzieningenmatrix om de verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen te berekenen aan de hand van historische informatie over wanbetalingen aangepast voor toekomstgerichte informatie.

De Groep klasseert klanten en de daaraan verbonden vorderingen naar verschillende categorieën, gebaseerd op de risicograad die aan klanten is toegewezen en de ouderdom van openstaande vorderingen. Voor alle vorderingen die minder dan zes maanden achterstallig zijn, hanteert de Groep percentages tussen 0,005% en 4,365% afhankelijk van de categorie. Voor vorderingen ouder dan zes maanden hanteert de Groep een percentage van 50% of 100%, afhankelijk van de categorie. De indeling van klanten wordt jaarlijks herzien voor klanten met een laag risicoprofiel, en elke zes maanden voor klanten met een hoger risicoprofiel.

Er is geen significante concentratie van kredietrisico’s voor de Groep, aangezien het kredietrisico op de vorderingen verdeeld is over een groot aantal klanten en markten.

De historische balans van handelsvorderingen, financiële instrumenten – operationeel, leningen en overige vaste activa ziet er als volgt uit:

2019
In € miljoen

Totaal

Met verminderde krediet­waardigheid

Met voorziening voor verwachte verliezen, niet met verminderde kredietwaardigheid

 

 

niet vervallen

minder dan 30 dagen vervallen

30 tot 60 dagen vervallen

60 tot 90 dagen vervallen

meer dan 90 dagen vervallen

Handelsvorderingen

1.460

51

1.321

74

9

3

2

Handelsvorderingen – voorziening voor verliezen

–46

–43

–1

 

 

 

–2

Handelsvorderingen – netto

1.414

8

1.320

74

9

3

 

Financiële instrumenten – operationeel

167

 

167

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn

352

136

215

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn – waardeverminderingen

–62

–62

 

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn – netto

289

74

215

 

 

 

 

Totaal

1.871

82

1.702

74

9

3

 

2018
In € miljoen

Totaal

Met verminderde krediet­waardigheid

Met voorziening voor verwachte verliezen, niet met verminderde kredietwaardigheid

 

 

niet vervallen

minder dan 30 dagen vervallen

30 tot 60 dagen vervallen

60 tot 90 dagen vervallen

meer dan 90 dagen vervallen

Handelsvorderingen

1.486

52

1.297

112

9

3

12

Handelsvorderingen – voorziening voor verliezen

–52

–49

–2

 

 

 

–1

Handelsvorderingen – netto

1.434

3

1.296

112

9

3

11

Financiële instrumenten – operationeel

162

 

162

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn

344

152

192

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn – waardeverminderingen

–62

–62

 

 

 

 

 

Leningen en andere activa op lange termijn – netto

282

89

192

 

 

 

 

Totaal

1.878

92

1.650

112

9

3

11

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen:

In € miljoen

2019

2018

Boekwaarde op 1 januari, voor invoering van IFRS 9

–52

–49

Eerste toepassing van IFRS 9

 

–6

Boekwaarde op 1 januari, na invoering van IFRS 9

–52

–55

Toevoegingen

–4

–12

Gebruik

8

3

Terugname van bijzondere waardeverminderingen

3

10

Wisselkoersverschillen

 

2

Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop

 

–1

Andere

 

1

Boekwaarde op 31 december

–46

–52

Liquiditeitsrisico

Zie Financieel risico in het hoofdstuk over Risicobeheer in dit verslag voor meer informatie over het beheer van het liquiditeitsrisico.

Het liquiditeitsrisico heeft betrekking op de mogelijkheid voor Solvay om zijn schulden (inclusief uitgegeven obligaties) te betalen of te herfinancieren, en zijn activiteiten te financieren.

Dit is mede afhankelijk van de mate waarin het bedrijf in staat is kasstromen te genereren met zijn activiteiten en niet te veel te betalen voor overnames.

De Financiële Commissie geeft zijn mening over het juiste beheer van het liquiditeitsrisico voor de financiering van de Groep op korte, middellange en lange termijn en de vereisten op het gebied van liquiditeitsbeheer.

De Groep beheert het liquiditeitsrisico door adequate reserves, bankfaciliteiten en reservekredietfaciliteiten aan te houden, door permanent toezicht op de verwachte en actuele kasstromen, en door de looptijden van financiële activa en verplichtingen op elkaar af te stemmen.

De Groep spreidt de looptijden van zijn financieringsbronnen door de tijd heen, om het bedrag dat elk jaar geherfinancierd moet worden te beperken.

De volgende tabellen geven een overzicht van de resterende contractuele looptijden voor de financiële verplichtingen met contractueel overeengekomen aflossingsperioden.

De tabellen werden opgesteld aan de hand van verdisconteerde kasstromen van financiële verplichtingen gebaseerd op de vroegste datum waarop de Groep verplicht kan worden om te betalen.

Onderstaande tabellen geven de verdisconteerde bedragen weer (boekwaarde):

2019
In € miljoen

Totaal

Binnen het eerste jaar

In het tweede jaar

In het 3e tot 5e jaar

Na 5 jaar

Uitstromen van geldmiddelen:

 

 

 

 

 

Handelsschulden

1.277

1.277

 

 

 

Te betalen dividenden

161

161

 

 

 

Financiële instrumenten – operationeel

187

187

 

 

 

Overige langlopende verplichtingen

159

 

26

89

44

Financiële schulden

4.044

1.030

54

1.001

1.958

Leaseverplichtingen

470

102

67

138

163

Totaal

6.297

2.756

147

1.229

2.166

2018
In € miljoen

Totaal

Binnen het eerste jaar

In het tweede jaar

In het 3e tot 5e jaar

Na 5 jaar

Uitstromen van geldmiddelen:

 

 

 

 

 

Handelsschulden

1.439

1.439

 

 

 

Te betalen dividenden

154

154

 

 

 

Financiële instrumenten – operationeel

194

194

 

 

 

Overige langlopende verplichtingen

121

 

37

85

 

Financiële schulden

3.810

630

799

1.011

1.369

Totaal

5.717

2.416

836

1.096

1.369

Onderstaande tabellen geven de niet-verdisconteerde bedragen weer (nominale waarde):

2019
In € miljoen

Totaal

Binnen het eerste jaar

In het tweede jaar

In het 3e tot 5e jaar

Na 5 jaar

Uitstromen van geldmiddelen:

 

 

 

 

 

Handelsschulden

1.277

1.277

 

 

 

Te betalen dividenden

161

161

 

 

 

Financiële instrumenten – operationeel

187

187

 

 

 

Overige langlopende verplichtingen

159

 

26

89

44

Financiële schulden

4.067

1.029

54

1.011

1.973

Leaseverplichtingen

470

102

67

138

163

Totaal

6.321

2.755

148

1.238

2.180

Interesten op financiële schulden en leaseverplichtingen

576

100

97

235

145

Totaal uitstromen van geldmiddelen

6.897

2.854

244

1.473

2.325

2018
In € miljoen

Totaal

Binnen het eerste jaar

In het tweede jaar

In het 3e tot 5e jaar

Na 5 jaar

Uitstromen van geldmiddelen:

 

 

 

 

 

Handelsschulden

1.439

1.439

 

 

 

Te betalen dividenden

154

154

 

 

 

Financiële instrumenten – operationeel

194

194

 

 

 

Overige langlopende verplichtingen

121

 

37

85

 

Financiële schulden

3.835

630

802

1.024

1.381

Totaal

5.743

2.416

838

1.108

1.381

Interesten op financiële schulden

577

108

103

209

157

Totaal uitstromen van geldmiddelen

6.320

2.524

941

1.317

1.538

De Groep heeft toegang tot de volgende instrumenten:

  • Een bedrag van € 700 miljoen (tegen € 246 miljoen eind 2018) was uitgegeven uit het Belgische Thesauriebewijsprogramma (van € 1,5 miljard beschikbaar onder het programma). Van het Amerikaanse commercial paper-programma van USD 500 miljoen was eind 2019, evenals eind 2018, geen gebruik gemaakt. Deze twee programma’s worden gedekt door verschillende kredietlijnen;
  • Een gesyndiceerde kredietfaciliteit van € 2 miljard dat in 2024 vervalt. Solvay heeft tevens bilaterale gedekte kredietfaciliteiten (~ € 1.495 miljoen) die over langer dan een jaar vervallen. Hiervan was eind 2019 geen gebruik gemaakt.